Jongeren aan het woord

Mijn column in De Waarheidsvriend van 14 juni 2018.

In jeugdbeleid en kerkelijk jeugdwerk wordt veel geïnvesteerd, in menskracht, tijd en geld. Terecht, want er komt veel op jongeren af en het gevaar is groot dat ze afhaken. De spannende vraag is wel, hoe je jongeren zelf bij de bezinning kunt betrekken.

In dat licht was het gedurfd van het Franse kerkverband UNEPREF om de synodepreek (als afsluiting van de synode) te laten houden door een jongere. Niet een jongere predikant, maar een jongerenwerker van een jaar of twintig, die evangeliserende podcasts (‘godcasts’) maakt. Deze gewaagde stap paste goed bij het thema van de synode “en avant pour transmettre” (“vooruit om door te geven”). Het doorgeven werd eerder op de synode symbolisch zichtbaar gemaakt door het uitdelen van kleurige estafettestokjes, die in het Frans témoin, ofwel ‘getuige’, heten. 

De geloofsoverdracht werd in de dienst op een ontroerende manier zichtbaar toen de jongeman al op de preekstoel stond en zijn vader de schriftlezing deed. Die vader, predikant, lijdt dermate aan Parkinson dat hij zich normaal heel moeilijk verstaanbaar kan maken, maar de Schriftlezing ging helder en zonder haperen. Voordat de preek begon, gaf dat beeld van de lezende vader en zijn zoon op de kansel al een glasheldere illustratie van geloofsoverdracht. De preek zelf ging niet zozeer over de behoeften van jongeren. De prediker benadrukte allereerst dat wij de geloofsoverdracht niet kunnen managen, maar dat God zelf aan het werk is en dat we Hem vooral niet in de weg moeten staan. Dat we daarom geduld moeten hebben. 

Zouden wij in Nederland zoiets durven? Niet alleen als een experiment in de marge, maar bij een officiële gelegenheid, omdat Jezus nu eenmaal graag door middel van de minst aanzienlijke bij ons is? Eigenlijk hoop ik vooral op jongeren zoals die prediker, die de kerken vertellen hoe nodig het is om Gods Geest laten werken.

De enige manier om door te geven, is door te gaan. Het knaloranje estafettestokje ligt als getuige daarvan voorlopig nog even op mijn bureau. Als mijn kinderen ‘m tenminste niet meepakken om er iets nieuws mee te doen.

Advertenties

Vereniging voor Theologie

Spannend nieuws: er is een nieuwe Vereniging voor Theologie opgericht. De andere bestuursleden en ik hebben er maanden aan gewerkt, en volgende week dinsdag maken we ons start publiek. Zie het persbericht hieronder. Delen mag!

Uitnodiging launch-event van de Vereniging voor Theologie

Graag nodigen we u uit om aanwezig te zijn bij de lancering van de Vereniging voor Theologie op 12 juni aanstaande, om 16.00 uur, in The Streetfood Club, Janskerkhof 9, Utrecht.

De Vereniging voor Theologie wil een breed opgezet platform zijn, zonder confessionele scheidslijnen, bestemd voor academie en kerk, voor wetenschapper en predikant, pastor en docent levensbeschouwing, in Nederland en Vlaanderen. De vanzelfsprekende aanwezigheid van theologie in de samenleving en aan de academie is voorbij. Maar de theologie is springlevend! De Vereniging voor Theologie wil dat uitdragen en biedt een platform waar verschillende theologische stromingen elkaar kunnen ontmoeten en stimuleren. Op deze manier ontstaat uitwisseling en kunnen ontwikkelingen in kerk, theologie en samenleving gesignaleerd worden. De vereniging stelt zich ten doel op die ontwikkelingen te reageren.

De Vereniging organiseert elk jaar een breed theologisch congres. Het eerste congres vindt in januari 2019 plaats.

Het bestuur van de Vereniging voor Theologie bestaat uit theologen uit academie, kerk en samenleving in Nederland en Vlaanderen.  De bestuursleden zijn:

Prof. Dr. Maarten Wisse

Prof. Dr. Arnold Huijgen

Prof. Dr. Stephan van Erp

Prof. Dr. Edward van ’t Slot

Dr. Roshnee Ossewaarde-Lowtoo

Drs. Elsbeth Gruteke-Vissia

 

Lid worden van de Vereniging voor Theologie? Ga naar de website www.vvth.org 

 

Sponsortocht TUA voor Frankrijk

Op 6 juli, aan de vooravond van de Tour de France, fietsen studenten, docenten en onderwijsondersteunend personeel van de TUA een sponsortocht om Frans theologisch onderwijs te ondersteunen. Het gaat om 207 kilometer van Zierikzee, via Noordeloos, naar Apeldoorn.

Uw gift (fiscaal aftrekbaar) is meer dan welkom op NL33 INGB 000 5281 561 t.n.v. TUA o.v.v. ‘Oertoer’. Nadere informatie is hier te vinden.

Later deze week bezoek ik de synode van het kerkverband UNEPREF in Frankrijk. Daar zal ik ook over deze actie vertellen. Het zou mooi zijn als de teller dan al ruim boven de 5000 euro zou staan…

DSC_0044.jpg

In de spiegel

Mijn column voor De Waarheidsvriend van 17 mei 2018.

 

De nieuwe BMW-reclame op de radio al gehoord? Een man vertelt enthousiast dat als hij onderweg naar huis altijd langs een spiegelend gebouw rijdt. Als hij dan de linkerbaan pakt, kan hij zichzelf zien rijden, en dat geeft hem een geweldig gevoel. Jezelf zien rijden in een BMW, wie wil dat nu niet? 

Ik ga er maar even van uit dat de marketeers van BMW scherp in de gaten hebben wat het goed doet bij de doelgroep. Die gaat het allang niet meer om een betrouwbare auto die je van A naar B brengt. Het vermogen, de technische snufjes en de accessoires geven ook de doorslag niet. Het gaat om het imago, en dan niet eens de indruk die je op anderen maakt, maar hoe je jezelf ziet in de spiegeling van gebouwen. Zo verkoop je auto’s in de selfiecultuur: met narcisme in zijn zuiverste vorm. 

De stem in de reclame zegt erbij dat hij vast en zeker de enige niet is die het een prachtig gezicht vindt om zichzelf te zien rijden. Waarschijnlijk heeft hij gelijk en zijn wij allemaal bezig om indruk te maken op onszelf. Kijk mij eens gaan. 

De Geest van Pinksteren houdt ons ook een spiegel voor: kijk ons eens gaan. Waar komen we vandaan en waar gaan we naar toe? Wie ben je eigenlijk, als we alle snelle auto’s, bling-bling en bluf er af halen? Op de Pinksterdag zagen de mensen in Jeruzalem dat de keizer geen kleren aanheeft: er blijft niets van ons over, we zijn schuldig. Kijk ons eens gaan, helemaal de verkeerde kant op. Gelukkig blijft het daar niet bij als de Geest gaat waaien: ze bekeerden zich en werden door Jezus Christus gered.

Calvijn zegt ergens dat Jezus Christus de spiegel van onze verkiezing is. Als je naar hem kijkt, zie je jezelf als verkorene, door hem geliefde, ook al zag je dat eerder helemaal niet. Jezelf gered zien worden in deze spiegel, wie wil dat nu niet? Ik wel, en op Pinksteren weet ik wel zeker dat ik de enige niet ben.

Lidmaatschap

Mijn column in De Waarheidsvriend van 23 maart j.l.

Lidmaatschappen zijn uit, abonnementen zijn in. Alle traditionele verenigingen, omroepen en politieke partijen ervaren deze trend. Mensen willen zich niet langdurig binden met een formeel lidmaatschap, en al helemaal niet levenslang. Kortdurende abonnementen, waar je per maand van af kunt, doen het daarentegen goed. Dat geldt van streamingdiensten als Netflix, waar je voor een bescheiden bedrag per maand een enorm aanbod aan films krijgt. Iets vergelijkbaars is de toename van leasen in plaats van kopen. Dat begon bij auto’s, maar via cv-ketels en grote huishoudelijke apparaten dringt het leasen steeds verder door.

In die context zijn we kerk, waar je geacht wordt belijdenis te doen en dan voor je leven lid te zijn. Moeten we misschien iets met de trend naar korter durende verbintenissen? Wat mij betreft: op sommige gebieden wel, op andere niet.

Op financieel gebied kan de kerk wel experimenteren met de trend naar abonnementen. Elk jaar gaat het op de belijdeniscatechisatie ook over de financiële kant van de kerk en de verantwoordelijkheid van belijdende leden daarvoor. Steevast levert dat de vraag op wat een goede richtlijn is voor giften aan de kerk en hoe dat dan werkt. Eigenlijk vragen die catechisanten naar een soort abonnementsvorm. Dat klinkt misschien vreemd, maar de apostel Paulus organiseerde nog geen Kerkbalans en kende ook de figuur van de ‘vaste vrijwillige bijdrage’ niet. Die zijn ooit uitgevonden. Het is een experiment waard om mensen die wekelijks naar de kerk komen, een abonnement te laten afsluiten waarmee maandelijks aan de kerk wordt gedoneerd. 

Op een belangrijker punt kan de kerk niet mee in de trend naar abonnementen: als je belijdenis doet, markeert dat geen lidmaatschap als van een partij en al helemaal geen abonnement waar je desnoods morgen al van af kunt. Lid zijn is ledemaat zijn van Christus. Het is je plaats accepteren  in het koor van de kerk der eeuwen waar je door de doop bij werd geplaatst. De lofzang moet gaande blijven, en daar stap je niet zomaar bij weg. Dat vraagt levenslange toewijding, maar in het licht van Pasen krijg je daar nooit spijt van.

Bubbel

Mijn column in de Waarheidsvriend van afgelopen week

Op 4 april jongstleden sprak NRC-columnist Bas Heijne zijn eigen bergrede uit: een initiatief van de Bergkerk in Amersfoort, die jaarlijks iemand vraagt te reflecteren op Jezus’ bergrede. Een van de dingen die Heijne van Jezus heeft geleerd, is dat we ons niet alleen onder gelijkgestemden moeten begeven, maar dat we uit onze eigen bubbel moeten komen. In een interview noemde Heijne als voorbeeld de manier waarop de commissarissen van ING, onder leiding van Jeroen van der Veer, topman Ralph Hamers een salaris van drie miljoen euro wilden geven, door alleen maar te kijken naar wat andere topmannen verdienen. Ze zaten zo in hun eigen bubbel, ontmoetten geen mensen die er anders over dachten, en voelden dus geen betrokkenheid bij mensen buiten de eigen kring.

Daargelaten of dit exegetisch de sterkste interpretatie van de bergrede is, lijkt de aansporing om uit onze bubbel te komen, juist in het kerkelijke steeds belangrijker. Of het nu de bubbel van de eigen bijbelkring, de plaatselijke gemeente, de synode, of gewoon de bubbel van kerkelijke mensen is: bubbels zijn er genoeg. Natuurlijk botsen de bubbels ook wel eens op internet, met name op Twitter; dan knettert het even en gaat ieder zijns weegs met zijn eigen, grote gelijk.

Uit onze bubbel komen is spannend, omdat we onze vanzelfsprekendheden verliezen en gaan luisteren naar mensen die totaal anders denken dan wij. Het is ook een oefening in nederigheid, maar zoals Jezus al zei: als we alleen liefhebben die ons liefhebben, doen we niets bijzonders. Ik stel me voor wat er zou gebeuren als christenen plots naar buurtverenigingen, muziekuitvoeringen, lezingen, sportverenigingen zouden gaan waar ze normaal niet komen, en daar gaan communiceren. Dus niet alleen zenden, maar vooral ook ontvangen. Maar ja, het zal wel weer niet van komen, want we zijn te druk met andere dingen, die allemaal heel belangrijk zijn. Vindt iedereen in onze bubbel.

SGP, vrouwelijke kandidaten, felicitaties

Afgelopen zaterdag twitterde ik naar aanleiding van dit artikel in Trouw dat ik de SGP dubbelhartig en opportunistisch vond. Ik kreeg bijval, maar er waren ook SGP’ers die vonden dat ik dit niet ‘de SGP’ moest verwijten, maar vooral het hoofdbestuur. Er was immers uit SGP-gelederen ook veel steun voor Paula Schot gekomen en als ik die negeerde, zou dat schadelijk zijn. Daar vond ik wel wat in zitten. Dus heb ik mijn tweet verwijderd en vanochtend onderstaand bericht aan het hoofdbestuur gemaild.

Geachte leden van het hoofdbestuur van de SGP,

Graag deel ik met u mijn zorgen over de koers die het hoofdbestuur kiest, in het licht van wat Bijbels genormeerde politiek naar mijn overtuiging zou moeten zijn.

Er is een semantische en wat scholastiek aandoende discussie ontstaan over de term ‘feliciteren’. Doorgaans drukt een felicitatie hartelijkheid uit, reden waarom het niet ongebruikelijk is om het object van felicitatie ‘hartelijk gefeliciteerd’ toe te voegen. Rondom het lijsttrekkerschap van Paula Schot in Amsterdam is er kennelijk misverstand ontstaan. Het Reformatorisch Dagblad meldde eerst dat mw. Schot door het hoofdbestuur zou zijn gefeliciteerd, maar in een rectificatie werd later gesteld dat het hoofdbestuur haar niet heeft gefeliciteerd, maar dat het de Tweede-Kamerfractie was die deze felicitatie deed uitgaan. In De Banier van februari deed uw voorzitter omstandig uit de doeken dat er geenszins van felicitaties van de kant van het hoofdbestuur sprake is geweest. Of dit niet-feliciteren een hartelijk karakter had, wordt overigens niet vermeld. De zaak werd nog een graadje ingewikkelder toen Trouw reveleerde dat de felicitatie wel had plaatsgevonden, maar een nog wat beperkter karakter had. Het was niet de Tweede-Kamerfractie, maar enkel de fractievoorzitter, en in strikte zin was er geen sprake van een felicitatie, maar slechts van ‘gelukwensen’. Men mag iemand die zulke ingewikkelde felicitaties ontvangt, inderdaad wel geluk wensen om er nog chocola van te kunnen maken. Persoonlijk wens ik mw. Schot dan ook in de eerste plaats sterkte.

In ernst: ik vind het een beschamende en principieel problematische situatie. De SGP heeft in 2013 besloten om vrouwelijke kandidaten toe te laten, maar heeft niet tegelijkertijd het beginselprogramma herzien. Daardoor kan de huidige vreemde situatie ontstaan: van de Hoge Raad mag u vrouwelijke kandidaten niet weigeren; u hebt niet aan uw principes vastgehouden door uzelf te laten verbieden. Dan zou het niet meer dan consequent zijn om ook het beginselprogramma te herzien. Nu handelt de partij immers telkens in strijd met het beginselprogramma, en de partij kon dat voorzien. Dat deze onopgeloste spanning zich nu ontlaadt in een semantische discussie over felicitaties aan een lokale lijsttrekker, is kwalijk. Dat heeft die lijsttrekker niet verdiend; het is een probleem dat u naar mijn mening zou moeten oplossen.

Minstens zo belangrijk als de formele kant is wat mij betreft de inhoudelijke. De gedachte dat vrouwelijke kandidaten ongewenst zijn omdat het regeerambt niet aan vrouwen zou toekomen, is gebaseerd op de gelijkstelling van kerk en staat. Een politieke partij is echter geen kerk en moet dat ook niet willen zijn. De befaamde ‘zwijgteksten’ uit het Nieuwe Testament gaan toch werkelijk over een onderscheiden roeping van mannen en vrouwen ten aanzien van kerkelijke ambten. Het is een categoriefout om dit direct op de maatschappij toe te passen. Op dit punt is werkelijk bezinning nodig en heeft de SGP een stap verder te zetten dan het herhalen van het traditionele standpunt. Dat kan ook, wanneer er bereidheid bestaat om de eigen uitgangspunt nog eens tegen het licht te houden. Die zal er toch zijn, aangezien voor ‘Bijbels genormeerde politiek’ de Schrift doorslaggevend zal zijn, meer dan een door traditie gegroeide praktijk.

Als ik me niet vergis, vinden in toenemende mate jongeren, ook binnen de SGP, de positie van de SGP onbegrijpelijk. Zelf vind ik uw opstelling eerlijk gezegd dubbelhartig: u wilt principieel zijn ten aanzien van het vrouwenstandpunt, maar niet zó principieel dat uw principes u ook zelf pijn doen, bijvoorbeeld door een verbod op de SGP. U staat vrouwelijke kandidaten toe, althans in juristentaal: ‘het geslacht van kandidaten wordt rechtens niet aan kandidaten tegengeworpen’ (een formulering die jongeren mogelijk ook vrolijk zal stemmen). Ik zou zeggen: SGP, zie daarvan dan ook de consequenties onder ogen voor het beginselprogramma. U hebt de blokkade voor vrouwelijke kandidaten weggenomen, heet ze dan ook welkom en knijp niet uw neus dicht als een prominente SGP’er het waagt om een dame nota bene te feliciteren geluk te wensen.

Ten slotte wens ik u geluk met het honderdjarig bestaan van de SGP. Ik zal deze gelukwens heel graag upgraden naar hartelijke felicitaties wanneer de SGP de dubbelhartigheid ten aanzien van vrouwelijke kandidaten laat varen.

Bitcoin

Mijn column in De Waarheidsvriend van 25 januari.
(Omdat ik de column vrij vroeg moest inleveren, dateert deze nog van voor de stevige waardedaling van de bitcoin, afgelopen week)

Met verbazing kijk ik naar de bitcoinhype. Voor wie het niet heeft gevolgd (en voor zo ver ik het begrijp): bitcoin is zogenaamde cryptovaluta, een betaalmiddel dat compleet digitaal is opgezet door middel van zogenaamde ‘blockchaintechniek’. Die laatste slurpt zo veel stroom dat bitcoin inmiddels ongeveer net zo veel elektriciteit verbruikt als heel Nederland. Populariteit heeft de waarde van de bitcoin opgestuwd, zodat wie een tijdje geleden bitcoins kocht, nu miljonair is. Dat spreekt natuurlijk tot de verbeelding, ook al waarschuwen steeds meer mensen voor een zeepbel die op punt staat uit elkaar te spatten. Experts spreken zelfs van een pyramidespel, waarbij de winsten van de vroege instappers worden betaald door de nieuwe, totdat er geen kandidaten meer zijn en het geheel ineenstort.

Mijn verbazing betreft niet zozeer de milieuschade door het enorme energieverbruik of de manier waarop mensen als lemmingen achter elkaar aan rennen zodra er snel geld te verdienen valt. Hebzucht is niet verbazingwekkend; ze is zelfs oersaai, altijd hetzelfde. Ik verbaas me wel over de steeds toenemende abstractie. Er was een tijd dat geld bestond uit klinkende munten, goud of zilver. Das war einmal. De koppeling tussen geld en goud is allang losgelaten. Inmiddels is ons saldo een cijfer op een scherm en wordt contant geld hoe langer hoe meer afgeschaft (‘pinnen, ja graag!’). De volgende stap is dus dat techneuten doen wat eerder alleen banken konden: geld scheppen. Ziedaar de bitcoin. Er zullen vast nieuwere abstracties van te maken zijn. Was dat niet een van de oorzaken van de vorige crisis: dat zelfs verkopers vanwege de complexiteit niet meer begrepen wat ze aan de man brachten?

Ik begrijp best dat mensen terug willen naar het concrete: ‘gewoon’ geld, papieren agenda’s in plaats van Outlook, domme ’koelkasten’ in plaats van smartphones, gewone gesprekken in plaats van Skype. Wij mensen zijn niet gemaakt voor de abstractie, maar voor het concrete leven. Zo heeft God ons gemaakt en bedoeld: met beide benen op de grond. De zonde begon met het verlangen om niet langer aan het concrete bestaan dat God ons schonk, gebonden te zijn. Dáár zit het probleem, niet alleen van de bitcoin.

Recensie: Willem Maarten Dekker, Dit broze bestaan

Onderstaande recensie verschijnt ook in De Wekker van 19 januari 2018.

(Edit: ik heb nog een korte laatste alinea toegevoegd, n.a.v. vragen en opmerkingen)

Dekker.jpegWillem Maarten Dekker, Dit broze bestaan. Over het geloof in God de Schepper. Boekencentrum, Utrecht, 2017, € 19,99, 256 pagina’s, ISBN 9789023950271.

Dit boek gaat over God als Schepper, maar wel op een bepaalde manier. De auteur koppelt een radicaal niet-historische lezing van de eerste hoofdstukken van Genesis aan een nostalgisch verlangen naar een plattelands Nederland. De auteur, Protestants predikant te Waddinxveen, was dan ook veel liever Nederlands Hervormd predikant geweest en hij betreurt het diep dat de Protestantse kerk alleen maar ‘in Nederland’ heet. In het laatste hoofdstuk van het boek krijgt dat ‘Nederlandse’ niet alleen een conservatieve, maar ook een populistische ondertoon.

Met een beroep op Wittgenstein stelt Dekker dat het spreken over schepping een heel ander taalspel is dan de natuurwetenschappelijke benadering van de natuur. Dekker kiest dus radicaal voor een boedelscheiding tussen geloof en natuurwetenschap. Gijsbert van den Brink, die recent een grondige studie schreef over deze thematiek, verwijt hij dan ook halverwege in het creationisme te blijven hangen, omdat Van den Brink aan een historische zondeval wil vasthouden. Dat wil Dekker niet: Genesis is voor hem een mythe, die ons vertelt hoe het met de mens zit: Adam is Elckerlyk. Er zijn nu eenmaal dingen ‘waar’ die toch niet echt gebeurd zijn (zoals ‘1+1=2’).

Ook de schepping uit niets (creatio ex nihilo) wijst Dekker af. Schepping is voor hem niets anders dan de overwinning van God op de machten van de chaos. Kwaad is er al vanaf het begin en de dood (ook die van mens) hoort bij de goede schepping. Toch zijn wij mensen wel verantwoordelijk, omdat zonde niet noodzakelijk is, maar onze zelfbepaling, onze keus. Juist in de zonde is de mens het meest menselijk.

Terecht benadrukt Dekker het onderscheid tussen geloof en natuurwetenschap, en tussen Genesis enerzijds en droge historische methoden anderzijds. Het is ook waar dat het Bijbelse scheppingsbegrip meer over het heden dan over het verleden gaat. Het enorme probleem is echter dat Dekker geloof en historische werkelijkheid helemaal ontkoppelt. In het Bijbellezen gaat het Dekker alleen om onze existentie, niet om reële geschiedenis.

Dat tekort aan concreetheid compenseert (ik zou zeggen: overcompenseert) Dekker door de concreetheid van onze existentie te benadrukken. Vandaar de titel, ontleend aan een gedicht van Ad den Besten: ‘Gij hebt o God, dit broze bestaan gewild.’ Over dat broze bestaan doet Dekker nostalgisch en romantisch, maar vooral compleet onkritisch: wat er is, is voor hem goed. In het laatste hoofdstuk spreekt Dekker zijn waardering uit voor het populisme, voor ‘volk’ en ‘bodem en bloed’. Bewust provocatief speelt Dekker met de nazi-terminologie ‘bloed en bodem’ om te benadrukken dat we niet moeten vervreemden van de aarde en van de bodem. Dat loopt uit op een lofzang op het platteland als gewijde grond en op het conservatisme, want: ‘God houdt ook van het bestaande. Deze wereld was geen vergissing.’ Hier komt de aap uit de mouw: Dekker lijkt geen herschepping nodig te hebben, maar kan al tevreden voor anker gaan bij het bestaande: het is niet perfect, maar volgens Dekker wel zo door God gewild. Juist de Bijbelse scheppingsleer laat echter zien dat God vanuit de toekomst het bestaande beslissend openbreekt. God herschept. Dekkers gebrek aan eschatologisch denken maakt het laatste hoofdstuk teleurstellend en duister.

Het middendeel van het boek is theologisch minder spannend, maar wel stichtelijker, in de goede zin van het woord. Dekker behandelt daarin Bijbelgedeelten over schepping, op een meer meditatieve en bijbels-theologische manier.

Onderzoek

Mijn column in De Waarheidsvriend van vandaag.

Wat is het verschil tussen een onderzoeker en een consultant? Een consultant vertelt je wat je al wist, een onderzoeker vertelt wat je niet wilt horen. Natuurlijk is dat overdreven: consultants doen méér dan op je horloge kijken om je te vertellen hoe laat het is en onderzoekers onderscheiden zich zeker niet altijd positief: recent bleek het ‘onafhankelijke’ WODC immers onder politieke druk rapporten te hebben aangepast.

Gelukkig is er ook veel eerlijk onderzoek, dat ongemakkelijke waarheden frank en vrij naar voren brengt. Zo stelde het recente SCP-onderzoek nuchter vast dat Nederland de afgelopen 25 jaar welvarender is geworden, en dat Nederlanders gemiddeld genomen positiever over migranten zijn gaan denken. Op internet en tv en in kranten wordt een ander beeld getekend, maar feitelijk zijn er weinig plekken ter wereld waar mensen zo vrij en welvarend kunnen leven als in Nederland. Natuurlijk gaat het om gemiddelden, die niet zomaar op individuele situaties van toepassing zijn. Dat het de één extreem goed gaat, kun je niet wegstrepen tegen de ander met wie het erg slecht gaat, omdat het gemiddeld er wel aardig uitziet.

Goed onderzoek is ingewikkeld, heeft onzekere uitkomsten en kost een hoop geld. Nu alle kerken van gereformeerd belijden voelen dat de ontkerkelijking en postmoderne twijfel hen niet voorbij gaan, is de tijd gekomen om de blik vooruit te richten en te zoeken naar manieren om de waarheid van het Evangelie voor vandaag te verwoorden. De kansen zijn er: ik ken talentvolle jonge studenten genoeg, die bereid zijn om tegen een geringe vergoeding jaren van hun leven te besteden om gedegen theologisch onderzoek te doen in dienst aan de levende God. Deze onderzoekers in de dop zijn een gave aan de kerk, al is er geen garantie dat de uitkomst de ene of de andere flank van de kerk blij zal maken. Daar is het nu net onderzoek voor. Maar waar halen we het geld vandaan? Bij fondsen van de overheid kunnen theologen het wel schudden. Hopelijk zullen latere generaties niet moeten vaststellen dat christenen in 2017 genoeg welvaart hadden, maar die aan alles besteedden behalve aan goede theologie.