Sponsortocht TUA voor Frankrijk

Op 6 juli, aan de vooravond van de Tour de France, fietsen studenten, docenten en onderwijsondersteunend personeel van de TUA een sponsortocht om Frans theologisch onderwijs te ondersteunen. Het gaat om 207 kilometer van Zierikzee, via Noordeloos, naar Apeldoorn.

Uw gift (fiscaal aftrekbaar) is meer dan welkom op NL33 INGB 000 5281 561 t.n.v. TUA o.v.v. ‘Oertoer’. Nadere informatie is hier te vinden.

Later deze week bezoek ik de synode van het kerkverband UNEPREF in Frankrijk. Daar zal ik ook over deze actie vertellen. Het zou mooi zijn als de teller dan al ruim boven de 5000 euro zou staan…

DSC_0044.jpg

Advertenties

In de spiegel

Mijn column voor De Waarheidsvriend van 17 mei 2018.

 

De nieuwe BMW-reclame op de radio al gehoord? Een man vertelt enthousiast dat als hij onderweg naar huis altijd langs een spiegelend gebouw rijdt. Als hij dan de linkerbaan pakt, kan hij zichzelf zien rijden, en dat geeft hem een geweldig gevoel. Jezelf zien rijden in een BMW, wie wil dat nu niet? 

Ik ga er maar even van uit dat de marketeers van BMW scherp in de gaten hebben wat het goed doet bij de doelgroep. Die gaat het allang niet meer om een betrouwbare auto die je van A naar B brengt. Het vermogen, de technische snufjes en de accessoires geven ook de doorslag niet. Het gaat om het imago, en dan niet eens de indruk die je op anderen maakt, maar hoe je jezelf ziet in de spiegeling van gebouwen. Zo verkoop je auto’s in de selfiecultuur: met narcisme in zijn zuiverste vorm. 

De stem in de reclame zegt erbij dat hij vast en zeker de enige niet is die het een prachtig gezicht vindt om zichzelf te zien rijden. Waarschijnlijk heeft hij gelijk en zijn wij allemaal bezig om indruk te maken op onszelf. Kijk mij eens gaan. 

De Geest van Pinksteren houdt ons ook een spiegel voor: kijk ons eens gaan. Waar komen we vandaan en waar gaan we naar toe? Wie ben je eigenlijk, als we alle snelle auto’s, bling-bling en bluf er af halen? Op de Pinksterdag zagen de mensen in Jeruzalem dat de keizer geen kleren aanheeft: er blijft niets van ons over, we zijn schuldig. Kijk ons eens gaan, helemaal de verkeerde kant op. Gelukkig blijft het daar niet bij als de Geest gaat waaien: ze bekeerden zich en werden door Jezus Christus gered.

Calvijn zegt ergens dat Jezus Christus de spiegel van onze verkiezing is. Als je naar hem kijkt, zie je jezelf als verkorene, door hem geliefde, ook al zag je dat eerder helemaal niet. Jezelf gered zien worden in deze spiegel, wie wil dat nu niet? Ik wel, en op Pinksteren weet ik wel zeker dat ik de enige niet ben.

Lidmaatschap

Mijn column in De Waarheidsvriend van 23 maart j.l.

Lidmaatschappen zijn uit, abonnementen zijn in. Alle traditionele verenigingen, omroepen en politieke partijen ervaren deze trend. Mensen willen zich niet langdurig binden met een formeel lidmaatschap, en al helemaal niet levenslang. Kortdurende abonnementen, waar je per maand van af kunt, doen het daarentegen goed. Dat geldt van streamingdiensten als Netflix, waar je voor een bescheiden bedrag per maand een enorm aanbod aan films krijgt. Iets vergelijkbaars is de toename van leasen in plaats van kopen. Dat begon bij auto’s, maar via cv-ketels en grote huishoudelijke apparaten dringt het leasen steeds verder door.

In die context zijn we kerk, waar je geacht wordt belijdenis te doen en dan voor je leven lid te zijn. Moeten we misschien iets met de trend naar korter durende verbintenissen? Wat mij betreft: op sommige gebieden wel, op andere niet.

Op financieel gebied kan de kerk wel experimenteren met de trend naar abonnementen. Elk jaar gaat het op de belijdeniscatechisatie ook over de financiële kant van de kerk en de verantwoordelijkheid van belijdende leden daarvoor. Steevast levert dat de vraag op wat een goede richtlijn is voor giften aan de kerk en hoe dat dan werkt. Eigenlijk vragen die catechisanten naar een soort abonnementsvorm. Dat klinkt misschien vreemd, maar de apostel Paulus organiseerde nog geen Kerkbalans en kende ook de figuur van de ‘vaste vrijwillige bijdrage’ niet. Die zijn ooit uitgevonden. Het is een experiment waard om mensen die wekelijks naar de kerk komen, een abonnement te laten afsluiten waarmee maandelijks aan de kerk wordt gedoneerd. 

Op een belangrijker punt kan de kerk niet mee in de trend naar abonnementen: als je belijdenis doet, markeert dat geen lidmaatschap als van een partij en al helemaal geen abonnement waar je desnoods morgen al van af kunt. Lid zijn is ledemaat zijn van Christus. Het is je plaats accepteren  in het koor van de kerk der eeuwen waar je door de doop bij werd geplaatst. De lofzang moet gaande blijven, en daar stap je niet zomaar bij weg. Dat vraagt levenslange toewijding, maar in het licht van Pasen krijg je daar nooit spijt van.

Bubbel

Mijn column in de Waarheidsvriend van afgelopen week

Op 4 april jongstleden sprak NRC-columnist Bas Heijne zijn eigen bergrede uit: een initiatief van de Bergkerk in Amersfoort, die jaarlijks iemand vraagt te reflecteren op Jezus’ bergrede. Een van de dingen die Heijne van Jezus heeft geleerd, is dat we ons niet alleen onder gelijkgestemden moeten begeven, maar dat we uit onze eigen bubbel moeten komen. In een interview noemde Heijne als voorbeeld de manier waarop de commissarissen van ING, onder leiding van Jeroen van der Veer, topman Ralph Hamers een salaris van drie miljoen euro wilden geven, door alleen maar te kijken naar wat andere topmannen verdienen. Ze zaten zo in hun eigen bubbel, ontmoetten geen mensen die er anders over dachten, en voelden dus geen betrokkenheid bij mensen buiten de eigen kring.

Daargelaten of dit exegetisch de sterkste interpretatie van de bergrede is, lijkt de aansporing om uit onze bubbel te komen, juist in het kerkelijke steeds belangrijker. Of het nu de bubbel van de eigen bijbelkring, de plaatselijke gemeente, de synode, of gewoon de bubbel van kerkelijke mensen is: bubbels zijn er genoeg. Natuurlijk botsen de bubbels ook wel eens op internet, met name op Twitter; dan knettert het even en gaat ieder zijns weegs met zijn eigen, grote gelijk.

Uit onze bubbel komen is spannend, omdat we onze vanzelfsprekendheden verliezen en gaan luisteren naar mensen die totaal anders denken dan wij. Het is ook een oefening in nederigheid, maar zoals Jezus al zei: als we alleen liefhebben die ons liefhebben, doen we niets bijzonders. Ik stel me voor wat er zou gebeuren als christenen plots naar buurtverenigingen, muziekuitvoeringen, lezingen, sportverenigingen zouden gaan waar ze normaal niet komen, en daar gaan communiceren. Dus niet alleen zenden, maar vooral ook ontvangen. Maar ja, het zal wel weer niet van komen, want we zijn te druk met andere dingen, die allemaal heel belangrijk zijn. Vindt iedereen in onze bubbel.

SGP, vrouwelijke kandidaten, felicitaties

Afgelopen zaterdag twitterde ik naar aanleiding van dit artikel in Trouw dat ik de SGP dubbelhartig en opportunistisch vond. Ik kreeg bijval, maar er waren ook SGP’ers die vonden dat ik dit niet ‘de SGP’ moest verwijten, maar vooral het hoofdbestuur. Er was immers uit SGP-gelederen ook veel steun voor Paula Schot gekomen en als ik die negeerde, zou dat schadelijk zijn. Daar vond ik wel wat in zitten. Dus heb ik mijn tweet verwijderd en vanochtend onderstaand bericht aan het hoofdbestuur gemaild.

Geachte leden van het hoofdbestuur van de SGP,

Graag deel ik met u mijn zorgen over de koers die het hoofdbestuur kiest, in het licht van wat Bijbels genormeerde politiek naar mijn overtuiging zou moeten zijn.

Er is een semantische en wat scholastiek aandoende discussie ontstaan over de term ‘feliciteren’. Doorgaans drukt een felicitatie hartelijkheid uit, reden waarom het niet ongebruikelijk is om het object van felicitatie ‘hartelijk gefeliciteerd’ toe te voegen. Rondom het lijsttrekkerschap van Paula Schot in Amsterdam is er kennelijk misverstand ontstaan. Het Reformatorisch Dagblad meldde eerst dat mw. Schot door het hoofdbestuur zou zijn gefeliciteerd, maar in een rectificatie werd later gesteld dat het hoofdbestuur haar niet heeft gefeliciteerd, maar dat het de Tweede-Kamerfractie was die deze felicitatie deed uitgaan. In De Banier van februari deed uw voorzitter omstandig uit de doeken dat er geenszins van felicitaties van de kant van het hoofdbestuur sprake is geweest. Of dit niet-feliciteren een hartelijk karakter had, wordt overigens niet vermeld. De zaak werd nog een graadje ingewikkelder toen Trouw reveleerde dat de felicitatie wel had plaatsgevonden, maar een nog wat beperkter karakter had. Het was niet de Tweede-Kamerfractie, maar enkel de fractievoorzitter, en in strikte zin was er geen sprake van een felicitatie, maar slechts van ‘gelukwensen’. Men mag iemand die zulke ingewikkelde felicitaties ontvangt, inderdaad wel geluk wensen om er nog chocola van te kunnen maken. Persoonlijk wens ik mw. Schot dan ook in de eerste plaats sterkte.

In ernst: ik vind het een beschamende en principieel problematische situatie. De SGP heeft in 2013 besloten om vrouwelijke kandidaten toe te laten, maar heeft niet tegelijkertijd het beginselprogramma herzien. Daardoor kan de huidige vreemde situatie ontstaan: van de Hoge Raad mag u vrouwelijke kandidaten niet weigeren; u hebt niet aan uw principes vastgehouden door uzelf te laten verbieden. Dan zou het niet meer dan consequent zijn om ook het beginselprogramma te herzien. Nu handelt de partij immers telkens in strijd met het beginselprogramma, en de partij kon dat voorzien. Dat deze onopgeloste spanning zich nu ontlaadt in een semantische discussie over felicitaties aan een lokale lijsttrekker, is kwalijk. Dat heeft die lijsttrekker niet verdiend; het is een probleem dat u naar mijn mening zou moeten oplossen.

Minstens zo belangrijk als de formele kant is wat mij betreft de inhoudelijke. De gedachte dat vrouwelijke kandidaten ongewenst zijn omdat het regeerambt niet aan vrouwen zou toekomen, is gebaseerd op de gelijkstelling van kerk en staat. Een politieke partij is echter geen kerk en moet dat ook niet willen zijn. De befaamde ‘zwijgteksten’ uit het Nieuwe Testament gaan toch werkelijk over een onderscheiden roeping van mannen en vrouwen ten aanzien van kerkelijke ambten. Het is een categoriefout om dit direct op de maatschappij toe te passen. Op dit punt is werkelijk bezinning nodig en heeft de SGP een stap verder te zetten dan het herhalen van het traditionele standpunt. Dat kan ook, wanneer er bereidheid bestaat om de eigen uitgangspunt nog eens tegen het licht te houden. Die zal er toch zijn, aangezien voor ‘Bijbels genormeerde politiek’ de Schrift doorslaggevend zal zijn, meer dan een door traditie gegroeide praktijk.

Als ik me niet vergis, vinden in toenemende mate jongeren, ook binnen de SGP, de positie van de SGP onbegrijpelijk. Zelf vind ik uw opstelling eerlijk gezegd dubbelhartig: u wilt principieel zijn ten aanzien van het vrouwenstandpunt, maar niet zó principieel dat uw principes u ook zelf pijn doen, bijvoorbeeld door een verbod op de SGP. U staat vrouwelijke kandidaten toe, althans in juristentaal: ‘het geslacht van kandidaten wordt rechtens niet aan kandidaten tegengeworpen’ (een formulering die jongeren mogelijk ook vrolijk zal stemmen). Ik zou zeggen: SGP, zie daarvan dan ook de consequenties onder ogen voor het beginselprogramma. U hebt de blokkade voor vrouwelijke kandidaten weggenomen, heet ze dan ook welkom en knijp niet uw neus dicht als een prominente SGP’er het waagt om een dame nota bene te feliciteren geluk te wensen.

Ten slotte wens ik u geluk met het honderdjarig bestaan van de SGP. Ik zal deze gelukwens heel graag upgraden naar hartelijke felicitaties wanneer de SGP de dubbelhartigheid ten aanzien van vrouwelijke kandidaten laat varen.

Bitcoin

Mijn column in De Waarheidsvriend van 25 januari.
(Omdat ik de column vrij vroeg moest inleveren, dateert deze nog van voor de stevige waardedaling van de bitcoin, afgelopen week)

Met verbazing kijk ik naar de bitcoinhype. Voor wie het niet heeft gevolgd (en voor zo ver ik het begrijp): bitcoin is zogenaamde cryptovaluta, een betaalmiddel dat compleet digitaal is opgezet door middel van zogenaamde ‘blockchaintechniek’. Die laatste slurpt zo veel stroom dat bitcoin inmiddels ongeveer net zo veel elektriciteit verbruikt als heel Nederland. Populariteit heeft de waarde van de bitcoin opgestuwd, zodat wie een tijdje geleden bitcoins kocht, nu miljonair is. Dat spreekt natuurlijk tot de verbeelding, ook al waarschuwen steeds meer mensen voor een zeepbel die op punt staat uit elkaar te spatten. Experts spreken zelfs van een pyramidespel, waarbij de winsten van de vroege instappers worden betaald door de nieuwe, totdat er geen kandidaten meer zijn en het geheel ineenstort.

Mijn verbazing betreft niet zozeer de milieuschade door het enorme energieverbruik of de manier waarop mensen als lemmingen achter elkaar aan rennen zodra er snel geld te verdienen valt. Hebzucht is niet verbazingwekkend; ze is zelfs oersaai, altijd hetzelfde. Ik verbaas me wel over de steeds toenemende abstractie. Er was een tijd dat geld bestond uit klinkende munten, goud of zilver. Das war einmal. De koppeling tussen geld en goud is allang losgelaten. Inmiddels is ons saldo een cijfer op een scherm en wordt contant geld hoe langer hoe meer afgeschaft (‘pinnen, ja graag!’). De volgende stap is dus dat techneuten doen wat eerder alleen banken konden: geld scheppen. Ziedaar de bitcoin. Er zullen vast nieuwere abstracties van te maken zijn. Was dat niet een van de oorzaken van de vorige crisis: dat zelfs verkopers vanwege de complexiteit niet meer begrepen wat ze aan de man brachten?

Ik begrijp best dat mensen terug willen naar het concrete: ‘gewoon’ geld, papieren agenda’s in plaats van Outlook, domme ’koelkasten’ in plaats van smartphones, gewone gesprekken in plaats van Skype. Wij mensen zijn niet gemaakt voor de abstractie, maar voor het concrete leven. Zo heeft God ons gemaakt en bedoeld: met beide benen op de grond. De zonde begon met het verlangen om niet langer aan het concrete bestaan dat God ons schonk, gebonden te zijn. Dáár zit het probleem, niet alleen van de bitcoin.

Recensie: Willem Maarten Dekker, Dit broze bestaan

Onderstaande recensie verschijnt ook in De Wekker van 19 januari 2018.

(Edit: ik heb nog een korte laatste alinea toegevoegd, n.a.v. vragen en opmerkingen)

Dekker.jpegWillem Maarten Dekker, Dit broze bestaan. Over het geloof in God de Schepper. Boekencentrum, Utrecht, 2017, € 19,99, 256 pagina’s, ISBN 9789023950271.

Dit boek gaat over God als Schepper, maar wel op een bepaalde manier. De auteur koppelt een radicaal niet-historische lezing van de eerste hoofdstukken van Genesis aan een nostalgisch verlangen naar een plattelands Nederland. De auteur, Protestants predikant te Waddinxveen, was dan ook veel liever Nederlands Hervormd predikant geweest en hij betreurt het diep dat de Protestantse kerk alleen maar ‘in Nederland’ heet. In het laatste hoofdstuk van het boek krijgt dat ‘Nederlandse’ niet alleen een conservatieve, maar ook een populistische ondertoon.

Met een beroep op Wittgenstein stelt Dekker dat het spreken over schepping een heel ander taalspel is dan de natuurwetenschappelijke benadering van de natuur. Dekker kiest dus radicaal voor een boedelscheiding tussen geloof en natuurwetenschap. Gijsbert van den Brink, die recent een grondige studie schreef over deze thematiek, verwijt hij dan ook halverwege in het creationisme te blijven hangen, omdat Van den Brink aan een historische zondeval wil vasthouden. Dat wil Dekker niet: Genesis is voor hem een mythe, die ons vertelt hoe het met de mens zit: Adam is Elckerlyk. Er zijn nu eenmaal dingen ‘waar’ die toch niet echt gebeurd zijn (zoals ‘1+1=2’).

Ook de schepping uit niets (creatio ex nihilo) wijst Dekker af. Schepping is voor hem niets anders dan de overwinning van God op de machten van de chaos. Kwaad is er al vanaf het begin en de dood (ook die van mens) hoort bij de goede schepping. Toch zijn wij mensen wel verantwoordelijk, omdat zonde niet noodzakelijk is, maar onze zelfbepaling, onze keus. Juist in de zonde is de mens het meest menselijk.

Terecht benadrukt Dekker het onderscheid tussen geloof en natuurwetenschap, en tussen Genesis enerzijds en droge historische methoden anderzijds. Het is ook waar dat het Bijbelse scheppingsbegrip meer over het heden dan over het verleden gaat. Het enorme probleem is echter dat Dekker geloof en historische werkelijkheid helemaal ontkoppelt. In het Bijbellezen gaat het Dekker alleen om onze existentie, niet om reële geschiedenis.

Dat tekort aan concreetheid compenseert (ik zou zeggen: overcompenseert) Dekker door de concreetheid van onze existentie te benadrukken. Vandaar de titel, ontleend aan een gedicht van Ad den Besten: ‘Gij hebt o God, dit broze bestaan gewild.’ Over dat broze bestaan doet Dekker nostalgisch en romantisch, maar vooral compleet onkritisch: wat er is, is voor hem goed. In het laatste hoofdstuk spreekt Dekker zijn waardering uit voor het populisme, voor ‘volk’ en ‘bodem en bloed’. Bewust provocatief speelt Dekker met de nazi-terminologie ‘bloed en bodem’ om te benadrukken dat we niet moeten vervreemden van de aarde en van de bodem. Dat loopt uit op een lofzang op het platteland als gewijde grond en op het conservatisme, want: ‘God houdt ook van het bestaande. Deze wereld was geen vergissing.’ Hier komt de aap uit de mouw: Dekker lijkt geen herschepping nodig te hebben, maar kan al tevreden voor anker gaan bij het bestaande: het is niet perfect, maar volgens Dekker wel zo door God gewild. Juist de Bijbelse scheppingsleer laat echter zien dat God vanuit de toekomst het bestaande beslissend openbreekt. God herschept. Dekkers gebrek aan eschatologisch denken maakt het laatste hoofdstuk teleurstellend en duister.

Het middendeel van het boek is theologisch minder spannend, maar wel stichtelijker, in de goede zin van het woord. Dekker behandelt daarin Bijbelgedeelten over schepping, op een meer meditatieve en bijbels-theologische manier.

Onderzoek

Mijn column in De Waarheidsvriend van vandaag.

Wat is het verschil tussen een onderzoeker en een consultant? Een consultant vertelt je wat je al wist, een onderzoeker vertelt wat je niet wilt horen. Natuurlijk is dat overdreven: consultants doen méér dan op je horloge kijken om je te vertellen hoe laat het is en onderzoekers onderscheiden zich zeker niet altijd positief: recent bleek het ‘onafhankelijke’ WODC immers onder politieke druk rapporten te hebben aangepast.

Gelukkig is er ook veel eerlijk onderzoek, dat ongemakkelijke waarheden frank en vrij naar voren brengt. Zo stelde het recente SCP-onderzoek nuchter vast dat Nederland de afgelopen 25 jaar welvarender is geworden, en dat Nederlanders gemiddeld genomen positiever over migranten zijn gaan denken. Op internet en tv en in kranten wordt een ander beeld getekend, maar feitelijk zijn er weinig plekken ter wereld waar mensen zo vrij en welvarend kunnen leven als in Nederland. Natuurlijk gaat het om gemiddelden, die niet zomaar op individuele situaties van toepassing zijn. Dat het de één extreem goed gaat, kun je niet wegstrepen tegen de ander met wie het erg slecht gaat, omdat het gemiddeld er wel aardig uitziet.

Goed onderzoek is ingewikkeld, heeft onzekere uitkomsten en kost een hoop geld. Nu alle kerken van gereformeerd belijden voelen dat de ontkerkelijking en postmoderne twijfel hen niet voorbij gaan, is de tijd gekomen om de blik vooruit te richten en te zoeken naar manieren om de waarheid van het Evangelie voor vandaag te verwoorden. De kansen zijn er: ik ken talentvolle jonge studenten genoeg, die bereid zijn om tegen een geringe vergoeding jaren van hun leven te besteden om gedegen theologisch onderzoek te doen in dienst aan de levende God. Deze onderzoekers in de dop zijn een gave aan de kerk, al is er geen garantie dat de uitkomst de ene of de andere flank van de kerk blij zal maken. Daar is het nu net onderzoek voor. Maar waar halen we het geld vandaan? Bij fondsen van de overheid kunnen theologen het wel schudden. Hopelijk zullen latere generaties niet moeten vaststellen dat christenen in 2017 genoeg welvaart hadden, maar die aan alles besteedden behalve aan goede theologie.

Algoritme

Mijn column in De Waarheidsvriend van 30 november.

Als blanke, heteroseksuele, hoogopgeleide, Westerse man ben ik niet de eerst aangewezene voor verhalen over stigmatisering, laat staan discriminatie. Juist daarom valt het des te meer op als je er een heel klein beetje mee te maken krijgt.

Het gebeurde recent tijdens een vliegreis naar de Verenigde Staten, of eigenlijk vlak ervoor en erna. Niet alleen werd mijn handbagage er uit gepikt voor extra screening, maar bij de gate bleek ik ook geselecteerd voor een aanvullend gesprek en nog een extra check van mijn bagage. Eenmaal aan de andere kant van de plas moest ik opnieuw meekomen voor een gesprek en het openmaken van mijn bagage. Dat was me vorig jaar ook al eens gebeurd. De beambte van de grenspolitie leek me vriendelijk genoeg, dus ik vroeg haar of zij een idee had waarom ik er steeds werd uitgepikt. Natuurlijk mocht ze dat niet met zo veel woorden zeggen, maar haar wedervraag was veelzeggend: “Waar komt uw achternaam vandaan?” Natuurlijk had ik zin om te zeggen dat mijn achternaam Palestijns was, Koerdisch of Iraans. Maar dat soort stoere dingen kun je beter denken dan tegen iemand van border control zeggen.

De spelling van mijn achternaam is in het Nederlands al merkwaardig, maar Amerikaanse algoritmes worden er kennelijk helemaal zenuwachtig van. Hadden mijn voorouders die ‘ij’ nu maar door een kloeke ‘y’ vervangen, dan kon ik waarschijnlijk onbekommerd intercontinentaal vliegen, maar helaas: hier kom ik nooit meer van af.

Natuurlijk stelt dit allemaal weinig voor. Maar er zijn mensen die op veel meer en ernstiger gebieden door algoritmes of menselijke inschattingen voortdurend extra aan de tand gevoeld worden en voorzichtiger moeten zijn dan anderen. Nu met een beroep op terreurdreiging steeds meer datasystemen aan elkaar worden gekoppeld, staat ons nog wat te wachten. En je kunt wel denken dat het jou niet treft, maar je weet tevoren niet waar de computer op aanslaat. Een letter te veel in je naam is soms al genoeg.

Lezing CSFR over Reformatie en secularisatie

Gisteravond hield ik een lezing voor de C.S.F.R. in de Jacobikerk, Utrecht, over de vraag wat de invloed van de Reformatie op de huidige secularisatie is. Hieronder volgt de tekst van de lezing. Voor wie liever een pdf heeft, hier is de link. (Omdat het om een gesproken tekst ging, staan er tikfouten in en ontbreken voetnoten. Wie daar niet tegen kan, leze niet verder).

Coram Deo

De (vermeende) invloed van de Reformatie op secularisatie en het blijvende belang van reformatorische inzichten onder seculiere condities.

 

Dames en heren,

In 2012 publiceerde Brad Gregory zijn invloedrijke boek The Unintended Reformation: How a Religious Revolution Secularized Society. Hierin betoogde hij een direct verband tussen de zestiende-eeuwse Reformatie van de kerk en de secularisatie van de maatschappij – Gregory was overigens niet de eerste om dat te doen.

Een voorbeeld van de manier waarop Gregory argumenteert. Hoewel de Reformatoren met hun sola scriptura zeiden dat de Schrift zichzelf uitlegt, konden ze het niet eens worden over de interpretatie van de Schrift. Omdat de kerk als laatste autoriteit de deur was gewezen, kwam er een competitie. In de woorden van Brad Gregory: “an open-ended proliferation of irreconcilable truth claims.” Uiteindelijk zochten theologen met hun interpretatie de steun van vorsten, waardoor de Bijbelinterpretatie van de studeerkamer plots in de sfeer van de politiek en uiteindelijk van militair conflict terecht kwam: de godsdienstoorlogen. Uiteindelijk ziet men aan alle kanten in dat deze hermeneutische anarchie ten einde moet komen. Sola ratio (alleen de rede) wordt tot scheidsrechter gemaakt, omdat deze lijkt te kunnen wat sola scriptura niet kan: universele waarheden verwoorden en de vrede dienen. Ziedaar de lijn van de Reformatie naar de Verlichting, en uiteindelijk naar de secularisatie van kerk en maatschappij. Sola scriptura leidde onbedoeld tot pluralisme en uiteindelijk relativisme.

Bovendien zou de Reformatie de wereld ‘onttoverd’ hebben door de sacramentele kosmos te vervangen door een compleet nieuw wereldbeeld, waarin het mysterie werd teruggedrongen door schriftonderzoek. Deze onttovering zou uiteindelijk ten koste gaan van het grootste mysterie van alle, God zelf. De Reformatie heeft met de nadruk op individu, kennis en onttovering dus een doos van Pandora geopend die uiteindelijk leidde tot de liberale democratie, scepticisme, rationalisme, en ook tot secularisatie. Reden te over dus om de Reformatie niet te vieren, maar hooguit te herdenken of te betreuren. Althans, als dit verhaal, deze grote narratief, waar is en als secularisatie per definitie een slecht ding is. Aan beide wil ik in deze lezing wat morrelen, dat voelt u al wel aankomen…

Hartelijk dank voor de uitnodiging om vanavond voor u te spreken over de vraag wat de invloed van de Reformatie is op de huidige secularisatie. Met dankbaarheid stel ik vast dat dit het eerste eeuwfeest (of, wat neutraler gezegd, centenary) van de Reformatie waarin niet de polemiek tussen Rome en Reformatie centraal staat, maar juist de dialoog (al weten we niet wat het forum straks nog gaat brengen, natuurlijk).

In deze lezing wil ik drie dingen doen. Ten eerste wil ik de definitie van secularisatie tegen het licht houden, om vast te stellen in welke zin de Reformatie wél en in welke zin de Reformatie niet seculariserend genoemd kan worden. Daarna wil ik met een nieuwere definitie van secularisatie een stap bij de eigenlijke vraag vandaan doen, omdat deze een behoorlijk suggestief gehalte heeft (de gestelde vraag is immers niet of, maar hoe de Reformatie de secularisatie beïnvloedt). Ik wil nagaan waar het in de Reformatie in de kern om ging. Ten derde wil ik dan, om het goed reformatorisch te zeggen, de toepassing maken, door te vragen hoe de intenties van de Reformatie zeggingskracht kunnen hebben onder seculiere condities.

1. Secularisatie: een complex verhaal

Allereerst dus de vraag: wat verstaan we onder secularisatie? Dat is minder eenduidig dan het wellicht lijkt voor degenen die ‘secularisatie’ als synoniem van ‘kerkverlating’ zien. Dat is namelijk te simpel.

Oorspronkelijk betekende ‘secularisatie’: het onttrekken aan de religieuze sfeer. De term werd gebruikt voor monniken die het kloostergebouw verlieten om in de wereld te gaan werken. In de tijd kort na de Reformatie werd deze term gebruikt voor kerkelijke goederen, zoals landerijen die toebehoorden aan de kerk of aan kloosters, die door de protestantse vorsten onder lekengezag werd geplaatst. Ze werden dus onteigend. Verondersteld is de oppositie van het religieuze en het wereldse. Het gaat hier vaak over secularisatie in ruimtelijke termen. We zouden kunnen zeggen dat de Reformatie in deze betekenis van het woord seculariserend heeft gewerkt, hoewel het nog beter is om te zeggen dat de Reformatie de hele tegenstelling tussen het religieuze en het seculiere heeft gerelativeerd of misschien wel uitgewist – en dat is dan een veel verdergaande betekenis van secularisatie.

Dat brengt me bij een tweede visie op secularisatie: de befaamde secularisatiethese van Max Weber en anderen. Deze houdt in dat naar mate een samenleving moderner wordt, de objectieve en subjectieve betekenis van religie zal afnemen. Objectief, omdat de scheiding van kerk en staat de relevantie van religieuze instituten doet verminderen. Maar vooral ook subjectief, omdat mensen minder belang zullen hechten aan religie. De onderliggende gedacht is dat als duurzaam aan menselijke basisbehoeften is voldaan, de behoefte aan religie gaandeweg af zal nemen. Het is wel duidelijk dat deze these dateert van vóór nine-eleven. Islamitische terreurbewegingen zijn feitelijk door en door moderne bewegingen, die de maakbaarheid van de samenleving propageren en door middel van revolutie dichterbij willen brengen. Inmiddels is de Weberiaanse secularisatiethese is door de meeste geleerden terecht verlaten.

Spannender — ten derde — is de drievoudige definitie van het seculiere die de Canadese filoof Charles Taylor hanteert, waarbij de derde de belangrijkste is. Het gaat Taylor niet om, ten eerste, verdwijnen van religie uit het publieke domein naar de privésfeer, ook niet, ten tweede, de afname van religieuze uitingen, maar, ten derde, om een tijdperk en maatschappij waarin in geloof niet langer de default option, de uitgangspositie, is, maar slechts één optie onder vele. In vroeger tijden was het ‘gewoon’ en onproblematisch als je in God geloofde, en vereiste het een bewuste keus om dat niet-religieus te zijn. Tegenwoordig ligt dat andersom, en is geloof een keus geworden, en niet de gemakkelijkste (vandaar dat ook volkskerken hoe langer hoe meer keuzekerken worden).

Taylor presenteert zijn these als een grote historische narratief. Daarvoor is de Romantiek is van groot belang, met het accent op authenticiteit, maar daarachter ligt the age of Reform met wat hij ‘the great disembedding’ noemt. Voor de Reformatie was de ordening van de maatschappij gedacht als bepaald door vaste rollen, die een sacrosanct karakter hadden, ingebed waren in de orde van de kosmos, die samenhing met goddelijke ordeningen. Mensen hadden hun eigen plaats in de maatschappelijke hiërarchie. Het mysterie, met name dat van de eucharistie, speelde een grote rol, omdat men de eigen identiteit als ‘poreus’ beleefde. Dat wil zeggen: er was een vloeiende overgang tussen het zelf en de wereld, beide liepen in elkaar over. Men rekende met boze geesten, niet met een innerlijke mentale ruimte. De wereld had een geheim, was enchanted, betoverd. De Reformatie heeft volgens Taylor bijgedragen aan de onttovering, de disenchantenment van de wereld. Het zelf is niet langer één met de buitenwereld, maar in plaats van een poreus zelf is wat Taylor een ‘buffered self’ noemt, gekomen. De tijd werd niet langer gezien als ingebed in de eeuwigheid, met heilige dagen die de tijd ordenden. Nee, tijd werd gewoon tijd, geen kairos maar chronos.

Taylors visie is buitengewoon invloedrijk gebleken. Zelf beïnvloed door Max Weber (en op de achtergrond: Hegel), heeft hij op zijn beurt Brad Gregory beïnvloed, waar ik zojuist mee begon. De bottom line is dat de Reformatie onbedoeld tot secularisatie heeft geleid.

Er is ook forse kritiek op Taylors voorstelling van zaken. Niet alleen is er kritiek op zijn hele onderneming, die werkt met centrale ideeën per tijdperk, op zich een nogal Romantische voorstelling van zaken. Maar voor vanavond lijkt het me relevanter om de ontdekking van het ‘buffered self’, die Taylor bij de Reformatie localiseert, van kritiek te voorzien. Om te beginnen liggen de wortels van de ontdekking van individualiteit dieper dan de Reformatie, in de Middeleeuwen, met name bij Duns Scotus, die het particuliere een eigen status geeft. Maar belangrijker nog: de scheiding van ‘ik’ en buitenwereld en de daarmee gepaard gaande onttovering is niet zozeer kenmerkend voor de Reformatoren (zeker niet voor Luther, die het geregeld met de duivel aan de stok had), als wel typerend voor het denken van de Verlichting, met name Descartes, die ‘ik’ en buitenwereld, res cogitans en res extensa uiteenlegt. Tot een buffered self in eigenlijke zin komt het pas bij Descartes. Deze fundamentele beslissing trekt nog altijd een scheur door het Westerse denken, waardoor denken en leven uit elkaar zijn getrokken, met name in het Duitse idealisme, van Kant en Hegel tot het heden. Dat riep weer tegenbewegingen op van Kierkegaard tot en met het existentialisme, waar weer iets als een poreus zelf wordt herwonnen. Dat er niet-religieuze versies van een poreus zelf denkbaar zijn, relativeert Taylors these ook.

Nu kan het lijken alsof ik toewerk naar een ontkenning van het seculariserende effect van de Reformatie. Dat is toch niet het geval, al wil ik dit effect wel relativeren en vooral preciseren.

Zeker heeft de Reformatie wél een onttoverend effect gehad. Niet langer staat het mysterie van de eucharistie centraal, temidden van een symbolisch universum van kerken vol beelden, maar het verkondigde Woord, dat gehoord en geloofd wil worden. Stel je de schok voor, ook bij de gewone mensen, als de kerkelijke ordening van je leven opeens op zijn kop wordt gezet!

Dit betekent niet dat voor de Reformatie het mysterie in het geheel geen rol speelt, maar het mysterie wordt minder direct aan uiterlijke fenomenen verbonden. De leer van de heilige Geest wordt complexer. Centraal staat het Woord, maar dit staat in dienst van communicatie van het heil. In de Reformatie betekent dit accent op het Woord juist géén rationalisering, maar een compleet doorleefd geloofd. Luther benadrukt dat je theoloog wordt, niet door te lezen, te interpreteren en te speculeren, maar door te leven, dat wil zeggen door te sterven en verdoemd te worden. God werkt in de wereld door het Woord — dat kun je moeilijk proto-seculier noemen.

De Reformatie biedt wel een soort ’onttovering’ in die zin dat de tegenstelling sacraal-profaan wordt opgeheven. Niet langer heeft alleen de geestelijke een roeping, maar ieder beroep is een roeping. Dit opent de deur naar het onderzoeken van de natuur – veel van de vroegere natuurwetenschappers waren gereformeerden. Maar laten we niet doen alsof het Luther om een soort individuele vrijheid ging – wat er in het zogenaamde Lutherjaar in Duitsland dit jaar wel van wordt gemaakt, omdat men met de echte Luther niet zo veel kan beginnen.

Conclusie: we kunnen aard van de seculiere tijd waarin we leven, niet alleen en ook niet hoofdzakelijk tot de invloed van de Reformatie herleiden, al heeft de Reformatie wel degelijk een onttoverend effect gehad, positief en negatief. Het individualisme en de scheur tussen subject en object past echter veel meer bij de Verlichting dan bij de Reformatie.

2. Waar ging het de Reformatie om? Simul iustus et peccator

Graag wil ik nu een tweede stap zetten, en vragen naar de intenties van de Reformatie. Direct waag ik de stelling dat een herbronning, waarbij op tafel komt waar het de Reformatoren werkelijk om ging, juist kan helpen om christen te zijn in een seculiere context (hoe, dat moet straks nog blijken).

Bij deze tweede stap gebruik ik ‘secularisatie’ en ‘seculiere context’ met een iets andere definitie dan Gregory en Taylor doen. Herman Paul heeft in zijn recente boek De slag om het hart. Over secularisatie van verlangen in aansluiting bij Augustinus gesteld dat secularisatie een verabsolutering van het saeculum is, opgevat als de tussentijd tussen zondeval en voleiding van alle dingen. Secularisatie van verlangen betekent in dit verband dat wij mensen, verlangende wezens die we zijn, onze verlangens hoe langer hoe meer in het hier en nu vervuld willen zien en ons verlangen dan ook op tegenwoordige fenomenen richten (of dat nu de sportieve prestatie is of het Zwitserlevengevoel, dat maakt even niet uit). Paul benadrukt in dit verband dat secularisatie vooral een grand narrative is die we elkaar vertellen; een verhaal waarin veel mensen leven, vaak gemodelleerd als een bekeringsverhaal: vroeger leefden we onder de knoet van de kerk, maar nu zijn we uit het diensthuis uitgeleid.

Zo bezien zijn er heel veel seculiere verlangens: de worsteling van jonge mensen met wie ze zijn en wat ze willen in het leven, het jagen naar een carrière, als het streven naar balans in je leven, zingeving, authenticiteit en rust: het zijn allemaal verlangens gericht op het hier en nu.

Omdat deze seculiere verlangens mijn seculiere verlangens zijn, is het bijpassende ideaal dat van zelfontplooiing: ik geef vorm aan mijn leven zodat ik tot optimale bloei kom.

Secularisatie is nu dat deze verlangens, dit leven, het een en al worden.

Het alternatief voor deze diesseitig gerichte verlangens is volgens mij een stevige eschatologie, dat wil zeggen: het binnenbreken van Gods oordeel in de huidige tijd, waardoor alle binnenwereldlijke oordelen worden gerelativeerd. Als God zijn oordeel over mijn leven uitspreekt, wordt daarin de waarheid over mijn leven uitgeroepen, afgezien van de vraag wat andere mensen om mij heen zeggen, en van mijn oordeel over mijzelf. Het probleem van veel zelfontplooiing, namelijk dat ik helemaal niet weet wie ik ben en wie ik verlang te zijn, wordt hier radicaal opgeheven doordat God mij op mijn plek zet en mij vertelt hoe het met mij zit. Dat klinkt rijkelijk autoritair (en toegegeven: dat is het ook), maar het is ook geheel en al bevrijdend.

Luther zag in zijn tijd hoe zowel de schuld als de vergeving niet radicaal genoeg werden gedacht. Luthers 95 stellingen gingen over de aflaathandel. Aflaathandel kon ontstaan toen er eenmaal een soort ‘prijs’ werd gehangen aan zonden. De oorsprong daarvan ligt in de Middeleeuwse regulering van de biecht door middel van zogenaamde ‘boeteboeken’. Wanneer ik een zonde biechtte, moest ik indien mogelijk natuurlijk ook rechtzetten wat verkeerd gedaan was, wilde ik absolutie ontvangen. Anders kon je een onschuldige beroven, biechten en vervolgens schoongewassen je buit houden en de volgende gaan beroven. Maar nu was niet alles zo eenduidig als een beroving. En het mocht natuurlijk niet zo zijn dat je voor een bepaalde zonde bij priester X een zwaardere boete moest doen dan bij priester Y. Dat vroeg om een richtlijn, vastgelegde jurisprudentie, en dat boden die boeteboeken. Vanuit een pastorale intentie werd de zonde toch gekwalficeerd en dus hanteerbaar gemaakt. Met een knipoog zeg ik: de zonde werd geseculariseerd, dat wil zeggen: een beetje losgeweekt uit de directe verhouding tussen God en mens. De principiële grens ben je over: als zonde een bepaalde boete kost, kan ‘boete’ ook een prijs in geld gaan betekenen (wat het bij ons nog altijd betekent) en kun je gaan afrekenen voor je geliefden of voor jezelf.

Op deze manier wordt echter een systeem geschapen waarvan God wel de opzichter is, maar waar Hij gaandeweg wordt buitengesloten.

Luther ontdekte dat het zondaar-zijn veel dieper gaat. Hiervoor zijn Luthers 97 stellingen uit september 1517 nog belangrijker dan zijn 95 stellingen van oktober. Die 97 stellingen zijn gericht tegen de scholastieke theologie van zijn dagen. Luther waagt er de stelling dat de mens van nature God helemaal geen God wil laten zijn, omdat hij zelf God wil zijn. Hij radicaliseert het begrip van de zonde. Luther zegt ergens dat de scholastici doen alsof de zonde uit de mens gehaald moet worden, ongeveer zoals je de pitjes uit een aardappel haalt als je ‘m schilt. Maar het is juist andersom: de mens moet uit de zonde gehaald worden, omdat hij in de zonde helemaal in zijn element is. Luthers radicale verstaan van de zonde past bij een radicaal verstaan van de genade. Dit was Luthers reformatorische ontdekking: dat met ‘gerechtigheid Gods’ in de Romeinenbrief niet Gods distributieve gerechtigheid wordt bedoeld, dat wil zeggen dat God ieder het zijne geeft, ieder aanreikt wat hij of zij verdient. Integendeel: ‘gerechtigheid van God’ is het geschenk van gerechtigheid, die ik van mijzelf niet heb, maar die mijn deel wordt door Gods oordeel over mij in Christus.

Bijgevolg ben ik zowel zondaar als gerechtvaardigde, simul iustus et peccator. Dat wil zeggen: peccator in re, iustus in spe. Zondaar ben ik feitelijk, de concrete feiten en ervaringen vertellen mij dat ik een zondaar ben. Maar gerechtvaardigde ben ik in de hoop op Jezus Christus: in zijn oordeel spreekt God mij vrij en ga ik vrijuit. Vanuit dat oordeel laat zich leven.

Dit betekent, en daar zijn we bij de kern, dat héél mijn leven zich coram deo, voor Gods aangezicht afspeelt. Er is geen afgeschermde sacrale ruimte, maar in alles wat ik doe of laat sta ik voor Gods aangezicht.

Deze radicaliteit van Luthers reformatorische ontdekking neemt  het leven in het hier-en-nu serieus, maar wijst er ook bovenuit. Alle komt in het licht van Gods oordeel te staan. Een verburgerlijkt verstaan van zonde maakt dat ik hoe langer hoe minder durf en hoe langer hoe meer cirkeltjes om mezelf ga draaien. Maar het échte begrip van de zonde betekent een bevrijding van mijzelf: het is met mij zo radicaal mis dat er voor mij niks meer aan te doen is. Alleen God kan mij helpen en helpt mij dan ook daadwerkelijk. De hoop (spes) is hierin voor Luther een centraal begrip: “Alle dingen moeten van ons worden afgenomen, zodat zelfs de beste dingen van God waar wij op vertrouwen (verdiensten dus), wegvallen, zodat de allerzuiverste hoop op de allerzuiverste God overblijft: alleen dan is de persoon echt zuiver en heilig.”⁠1 Hoop en geloof richten mij op Jezus Christus. Hij is de reden waarom ik voor God kan bestaan, waarom ik een toekomst heb. Dat betekent het verlies van mijn leven aan God, om het nieuw terug te ontvangen.

Conclusie: Luthers radicale verstaan van het leven als coram deo verschilt wezenlijk van het seculiere levensverstaan. Zijn radicale leer van zonde en genade benadrukt Gods handelen in deze wereld.

3. Toepassing in seculiere context

Ik kom bij het derde: enkele lijnen vanuit de reformatorische ontdekking van Luther naar het christelijke leven in het saeculum tegenwoordig. Daarmee kantel ik de oorspronkelijke vraag: wat zou de invloed van de reformatie op de huidige seculiere cultuur moeten zijn?

Om te beginnen ben ik het van harte met Herman Paul eens dat de secularisatie van verlangen een groot gevaar is voor christenen vandaag de dag. Onze wereld is zo ingericht en we vertellen elkaar zulke verhalen dat het logisch is dat je gaat voor dat mooie huis, die nieuwe auto, die glanzende carrière. Het is een krachtige kapitalistische, consumentistische narratief, die voor ons volstrekt vanzelfsprekend is. Slavoj Žižek heeft eens gezegd dat wij ons makkelijker het eind van de wereld kunnen voorstellen dan het eind van het kapitalisme, en ik denk dat hij gelijk heeft.

Hoe kan de oerreformatorische ontdekking van Luther dan vandaag de dag nog functioneren? Daar zou je een boek over kunnen schrijven, maar laat me tentatief drie richtingen wijzen.

Overgave. De eerste is overgave. Onze seculiere tijd kenmerkt zich door een drang naar beheersing. Logisch, want als al je verlangens, ook je diepste, vervuld moeten worden in je beperkte levenstijd, kun je maar beter zorgen dat je de zaak beheerst – er is immers geen God die het voor je doet. Dus meten we onze gezondheid, proberen we ons leven in eigen hand te nemen en ons geluk na te jagen. Dat is een angstig gebeuren, vergelijkbaar met de aflaathandel in de zestiende eeuw, omdat je nooit weet wanneer het genoeg is. Je weet niet eens wat het is dat je moet beheersen, misschien richt je je wel helemaal op het verkeerde. Hier is een radicalisering à la Luther op zijn plaats: je denkt dat je een aardig eindje komt met je controle en dat je de zaak beheerst, maar je beheerst helemaal niks en bovendien ben je zéker met het verkeerde bezig. Het is een illusie dat wij mensen ooit in control kunnen zijn. Eén verkeerde beslissing, één ongeval, één klompje cellen dat er op los deelt… en alles valt in duigen.

Nodig lijkt mij in dit verband niet alleen dat we onze beperktheid erkennen, maar dat we de controle daadwerkelijk verliezen. Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen, maar wie het verliezen zal, die zal het behouden. Met de woorden van de Heidelbergse Catechismus: mijn enige troost is leven en sterven is dat ik niet van mijzelf ben, maar het eigendom ben van Jezus Christus. Mijn leven is in Gods hand.

Oordeel. Een tweede ‘hint’ naar de relevantie van de Reformatie onder seculiere condities: het oordeel. De seculiere tijd heeft een probleem met het kwaad. Wanneer dit leven al onze verlangens moet bevredigen, is het dus ook het hoogste kwaad wanneer een mens een ander mens de mogelijkheid tot zelfontplooiing ontneemt. Daders moeten harder worden aangepakt en slachtoffers moeten alle ruimte krijgen. De paradox is dat slachtofferschap zelf hiermee aantrekkelijk wordt: het is authentiek, dus het laat zich niet tegenspreken, het biedt op voorhand een verklaring voor mislukking (dus komt tegemoet aan de succes-anxiety) en het levert in de aandachtseconomie veel op. En dat roept weer een soort cynische reactie op dat slachtofferschap geëxploiteerd wordt. Intussen kan slachtofferschap een levenslang trauma opleveren, want je kunt je leven nooit overdoen. Geen strafmaat is dan ook hoog genoeg voor daders, ‘want wij hebben ook levenslang’, roepen de nabestaanden.

Het christelijke verhaal leert ons dat het kwaad wordt bestraft. God oordeelt, dat wil zeggen: Hij zet recht wat er allemaal krom is. Zijn rijk is niet alleen een rijk van vrede, maar ook van recht, en die twee hangen samen. De radicaliteit van Gods oordeel, die Luther ontdekte, betekent dus dat de beul geen eeuwige voorsprong houdt op zijn slachtoffer. Dat God recht doet, is een werkelijke troost. Ik ben in mijn slachtofferschap niet voor eeuwig gevangen, maar ik word er uit bevrijd doordat ik in Christus een nieuw leven, een nieuwe identiteit ontvang.

Maar pas op: we komen niet alleen als slachtoffers in dit verhaal voor. Gods oordeel bepaalt mij bij mijn verantwoordelijkheid. Ik ben schuldig, ik ben zondaar. En dat God vergeeft, betekent niet dat het allemaal zo erg niet was en zand erover, maar betekent juist dat het zó erg is dat er niks anders aan te doen viel dan het offer dat Jezus Christus gebracht heeft. Zo schuldig ben ik, zo rechtvaardig mag ik zijn, door Hem. Waar Jezus Christus de onschuldige de schuld op zich heeft genomen, kan ik mezelf niet langer bij de good guys van deze wereld rekenen, maar ben ik ook schuldig.

Het geheim midden in het leven bewaren. Het derde en laatste dat ik naar voren wil brengen is: ‘het geheim midden in het leven bewaren’. Toegegeven, het klinkt cryptisch. Er is in het christelijk geloof een geheim, iets wat je niet in woorden kunt vatten. In de Vroege Kerk hing dat samen met de eucharistie. Het geloofsgeheim is en blijft een mysterie, dat wij niet in de vingers krijgen. Laten we het ‘midden in het leven’ bewaren. Ik denk daarbij aan Dietrich Bonhoeffer, die heeft gezegd dat Gott mitten in unserem Leben jenseitig is. God is niet een God aan de randen van ons kunnen en denken, waardoor met het voortschrijden van technische mogelijkheden de speelruimte voor de werkhypothese ‘God’ hoe langer hoe kleiner zou worden. God is als het ware hidden in plain sight. Het vraagt geloofsogen om te zien, oren om te horen, geestelijke fijngevoeligheid, door de Heilige Geest. Zo leren we geloven dat het dominante, seculiere verhaal, het enige niet is.

Gericht worden op de manier waarop God vandaag tegenwoordig is, kan niet zonder het sacrament van brood en beker, niet zonder richtinggevend woord, niet zonder de liturgie. De liturgie bepaalt ons er bij dat ons leven bedoeld is om lofprijzing te zijn. Door de Psalmen te zingen, worden we meegenomen in de realiteit van het Woord. Vandaar dat de Reformatie maakte dat de Psalmen door de mensen gezongen werden, zodat het Woord hen te binnen wordt gebracht en door hen wordt uitgezongen. Zo oefenen we ons, persoonlijk en gezamenlijk, in leven coram deo.

4. Ten slotte

Ten slotte. Ik hoop dat duidelijk is geworden dat ik niet veel zie in het oppoetsen van de aloude polemiek tussen Rome en Reformatie, alsof er geen vijfhonderd jaar tussen liggen. Ik wil ook niet doen alsof er geen grote en fundamentele verschilpunten zijn. Mijn punt vanavond was dat er vaak versimpelend onrecht wordt gedaan aan de Reformatie, als zou er een rechte lijn lopen van Reformatie naar secularisatie. Integendeel, heb ik betoogd, kan een herbronnend zoeken naar de kern van de Reformatie ons helpen om in een seculiere cultuur blijven te zien waarop het aankomt: alleen maar hoop op alleen maar God.

anImage_10.tiff

1 WA 5:166, 16–19.