Christen op Twitter

Voor de lustrumbundel van het Utrechtse dispuut Sola Scriptura (CSFR) schreef ik een bijdrage over ‘Christen op Twitter’. Gepubliceerd in Caroline Quint e.a. (red.), Nothing Personal. Van verkenning van jezelf tot verbinding met de ander, Lustrumbundel Sola Scriptura, [z.p.], 2011, 54-59.

Met toestemming van Sola Scriptura (waarvoor dank) neem ik de bijdrage hier over, met de kanttekening dat de bijdrage een tikkeltje gedateerd is: het RD is tegenwoordig, als ik me niet vergis, lang zo negatief niet meer over social media.

CHRISTEN OP TWITTER

Hoe ga je als christen om met social media als Twitter en Facebook? Ga je er wel mee om, of kun je social media maar beter links laten liggen? Als predikant en twitteraar draag ik graag een steentje bij aan de bezinning. Eerst wat algemene observaties bij social media, dan een toespitsing naar gebruik van social media door christenen.[1]

Bezint eer gij begint.

Voor de enkele lezer (zijn ze er nog?) die niet weet wat social media zijn: je deelt via kleinere of grotere berichten en foto’s (status updates of tweets) mee wat je mee wilt delen, in beginsel aan de hele wereld. Via Facebook kan dat uitgebreid en met foto’s of video’s; Twitter is wat spartaanser: beperkt tot 140 tekens per tweet.[2] In het begin is dat best vreemd, maar als je bedenkt wat voor soort berichten jij graag van anderen leest, kom je in de buurt van wat je zelf zou kunnen twitteren. Dus: een gehaald tentamen, maar niet voor de vierde keer op een dag dat je donut eet (dat moet je natuurlijk niet doen, maar je moet het zeker niet twitteren).

Voor wie het nog niet wist: het internet vergeet niet. Ook al verwijder je de tweet, hij (of is een tweet vrouwelijk? Zou zo maar kunnen) blijft vaak nog wel te vinden. Bedenk voor je ‘zomaar’ wat schrijft, dat het voor iedereen zichtbaar is. Is dan de lol er af? Je kunt natuurlijk een ‘slotje’ op je account zetten, waardoor je tweets alleen te lezen zijn voor gebruikers die jij daarvoor toestemming geeft – maar als deze mensen ‘m retweeten, helpt dat nog niet.

Positief

Waarom zou je dan eigenlijk aan social media beginnen? Meldt de calvinistische inborst zich niet luid: ‘wat héb je er eigenlijk aan?’ Laat me een aantal pluspunten noemen:

  1. Netwerk. Het is een stuk eenvoudiger om een groter netwerk te onderhouden. Met oud-jaargenoten heb ik weer contact via Twitter. Dit zou zonder social media niet gelukt zijn. Let wel: dit komt dus niet in de plaats van normaal contact maar in plaats van geen of nauwelijks contact. Daarnaast kun je meeleven met de dagelijkse beslommeringen van een zendeling in Azië, bijvoorbeeld. Ook kan een dergelijk netwerk handig zijn om op de hoogte te blijven van vacatures.
  2. Informatie krijgen. De hashtag #durftevragen of #dtv is erg handig voor tal van vragen: naar een pannenkoekrestaurant tussen Utrecht en Arnhem, naar een naam waar je niet op kunt komt, of iemand ervaring heeft fotocamera’s van dat merk, enzovoorts. Dat levert geregeld echt wat op: zonder Twitter had ik een van de fondsen die mijn proefschrift sponsorden, gemist – en een aanzienlijk bedrag.
  3. Contact en doorgeven. Niet voor niets spreken we van social media: om mee te doen moet je ook meedoen: zelf ook wat schrijven, meegeven, delen. Of hebben christenen niets mee te delen op Twitter? Niet enkel Bijbelteksten of citaten van C.S. Lewis, maar ook praktisch christelijk leven, zonder dat het er duimendik bovenop ligt.

Ja maar

Er zijn ook andere kanten aan social media. Dat privacy een probleem is bij Facebook, is bekend; niet voor niets zet oprichter Mark Zuckerberg nauwelijks wat op zijn FB-pagina. Je kúnt erg veel tijd verliezen aan eindeloos twitteren en facebooken. Maar ja, als je die sites niet had, zat je wel anderszins nutteloos te internetten, als je je op dit punt niet kunt beheersen. Er zijn serieuzere negatieve kanten, die nu juist voor een christen een nieuwe uitdaging kunnen bieden.

Exhibitionisme en narcisme

Is het niet heel erg vreemd om allerlei persoonlijke dingen te delen met zogenaamde ‘vrienden’ (FB) of ‘volgers’ (Twitter)? Alsof je zo’n interessant leven hebt. Eerlijk gezegd denk ik dat de verhalen over ‘facebookdepressie’ bij jongeren die zich spiegelen aan de interessante en mooie levens van anderen,[3] een tikkeltje overdreven zijn (in het pastoraat kom ik deze mensen nog niet tegen). Maar toch: je schrijft het niet zo snel als het niet zo lekker ging, als je je om welke reden dan ook wat minder geweldig voelt – en de foto’s van gemeenteleden op Facebook zijn nogal eens flatterend te noemen. ‘Kijk eens hoe geweldig ik ben!’ En als je dan toch eens wat vervelends twittert, is dat niet om toch wat steun te krijgen (‘kom op’, ‘hou vol!’)?

Hoe kun je je op dit punt als christen onderscheiden? Door niet jezelf te presenteren als de meest bijzondere persoon op aarde, maar door afstand te nemen van dit hedendaags narcisme door des te meer Jezus Christus na te volgen. Het gaat niet om mij, het gaat om Hem. Zonder dat dat in elke tweet of statusupdate met zo veel woorden geschreven wordt: zoiets stempelt je hele leven.

Intiem kapitaal

In het essay voor de maand van de filosofie 2011, getiteld Echte vrienden,[4] schrijft Stine Jensen veel wat overeenkomt met wat ik hierboven schreef. Jensens essay, over ‘Intimiteit in tijden van Facebook, GeenStijl en Wikileaks’, legt – geheel in overeenstemming met wat ik hierboven schreef – de vinger bij het narcisme van de sociale media. Er is op Facebook geen ‘vind ik niet leuk’-knop: je kunt alles alleen maar leuk vinden. Daarnaast wijst Jensen het onrustige denken, het springerige en de ‘onelinerigheid’ (28) als problemen aan. Bijzonder treffend legt ze er de vinger bij dat de populariteit van social media past in de trend om journalistiek vooral als ‘human interest’ te presenteren: op zoek naar de mens achter het nieuws. Politici maken daar handig gebruik van (ga maar eens na wat je allemaal van premier Mark Rutte weet: zijn oude Saab, zijn moeder, zijn vriend Jort Kelder enzovoorts; wat weet je eigenlijk van voorganger premier Wim Kok?).

Maar het grootste probleem van de sociale media ligt volgens Jensen op het gebied van het ‘intiem kapitaal’, een term afgeleid van het gedachtegoed van de Franse socioloog Pierre Bourdieu. Onder intiem kapitaal verstaat Jensen alles wat betrekking heeft op waardevolle persoonlijke informatie (14), ofwel ‘verhandelbare privacy.’ (15). Geheel vrijwillig geven wij steeds meer van dit intiem kapitaal prijs. Daaraan kleven bezwaren op het gebied van privacy en dergelijke (bedrijven verzamelen deze gegevens om er analyses op los te laten), maar belangrijker nog: doordat je zo veel deelt met zo veel ‘vrienden,’ worden die ‘vriendschappen’ steeds minder waard. De wederkerigheid ontbreekt ook vaak. Waar een echte vriend daarin een vriend is, dat hij je de waarheid durft te zeggen en een spiegel voorhoudt, desnoods genadeloos, is dat op social media niet voorhanden.

Nu zou je Stine Jensen gemakkelijk voor kunnen houden dat al die ‘vrienden’ op Facebook niet ten kosten hoeven gaan van échte vriendschappen met echte vrienden. Wie social media ziet als een vervanging van diepgravend persoonlijk contact, komt bedrogen uit. Ze zijn uitermate geschikt voor de wat mindergravende contacten, die je anders niet zou onderhouden. Je moet Twitter en Facebook niet zien als vervanging van een gesprek met een goede vriend, maar als gesprekken die je voert bij de koffieautomaat: soms nuttig en diepgaand, soms helemaal niet.

Christelijk twitteren?

Wat betekent dit nu specifiek voor een christen op Twitter of Facebook? Als deze social media inderdaad te vergelijken zijn met een gesprek bij een koffieautomaat, dan lijkt er niets specifieks christelijks aan te zijn. Zoals het lastig is om een typisch christelijk gebruik te maken van, in omgekeerde chronologische orde, e-mail, de telefoon, de brief en de telegraaf – afgezien van de inhoud, natuurlijk. Zijn de social media niet gewoon een nieuw medium waar we niet al te diepzinnig over moeten doen, maar die we gewoon in vrijheid en met voorzichtigheid kunnen gebruiken? Iets van die ontspannenheid zou mij wel welkom zijn; de vrij negatieve toon van het Reformatorisch Dagblad over Twitter en Facebook mag wat mij betreft getemperd worden – wel grappig dat de krant zelf en haar journalisten tamelijk actief zijn op Facebook en Twitter.[5]

Toch zijn er volgens mij wel enkele specifiek christelijke aandachtspunten bij gebruik van social media. Ik noem er drie.

 1. Tegen het narcisme de eenvoud. Hierboven schreef ik al een statement tegen het narcisme dat vaak inherent lijkt aan sociale media. Volgens mij hoeft het niet narcistisch te worden – het narcisme zit in heel onze cultuur, en je damt het niet in door je maar ver te houden van sociale media. Het kan zelfs een oefening zijn in er niet mee gaan. Daarnaast kunnen sociale media dienstbaar zijn om oog te hebben voor elkaar. Goed, er zitten haken en ogen aan, maar het kan wel het begin zijn van een dieper gaand contact. Meerdere keren heb ik uitgebreide e-mailwisselingen gehad met mensen die mij voorheen onbekend waren, maar die ik via Twitter had leren ‘kennen.’ Voor een predikant een mooie gelegenheid om in gesprek te raken met volstrekt seculiere mensen.

 2. Echt intiem kapitaal. Jensen schrijft dat echt intiem kapitaal uiteindelijk niet datgene is dat je zomaar met iedereen deelt, maar ‘de kwelgeesten uit de darkroom van je hersenpan.’ (80) Je karakter dus, met alle onhebbelijkheden van dien. Wie met dat alles, met zijn of haar – het hoge woord moet er maar uit – zonde en gebreken leeft van de genade van Jezus Christus, die wordt een nieuw mens. Dáár valt dan toch ook van uit te delen. Van wat je leest, ervaart van God: dat is toch intiem kapitaal dat het waard is gedeeld te worden? Geheel in lijn met de ontwikkeling van onze cultuur wordt de seculiere medemens niet zo gemakkelijk bereikt met een direct evangelisatorisch verhaal. Maar een opmerking over wat iemand persoonlijk aan zijn of haar geloof heeft zou iemand ten minste geïnteresseerd kunnen maken – ik heb een aantal van dat soort ervaringen gehad. Uiteraard treedt hier de paradox van de authenticiteit in werking: het is zo zeer van belang om écht authentiek over te komen, dat we ons best doen om authentiek over te komen, wat dan weer niet echt authentiek is.

3. Gezond wantrouwen. Voor een christen hoeft het geen verrassing te zijn dat onze privacy onder druk staat en dat gegevens die Google, of de overheid, of welke instantie dan ook, verzamelt, gebruikt worden voor doeleinden die niet altijd even nobel zijn. We belijden dat mensen van nature zondaren zijn, laten we dan ook van social media gebruik maken met die wetenschap. Dat maakt je voorzichtig in wat je schrijft en niet schrijft. Niet alle vrienden kun je vertrouwen als die Ene.

Dr. A. Huijgen, Genemuiden


[1] Waarschuwing vooraf: er zullen veel Engelse termen gebruikt worden in dit artikel. Wie zich terminologisch wil oriënteren, doe dat – om in stijl te blijven – via Google.

[2] Sommigen smokkelen via www.twitlonger.com, maar doorgewinterde twitteraars beschouwen dat over het algemeen als valsspelen.

[4] Stine Jensen, Intimiteit in tijden van Facebook, GeenStijl en WikiLeaks, Lemniscaat 2011.

[5] http://www.facebook.com/refdag en http://twitter.com/#!/refdag ; om redenen van privacy (kuch) laat ik de verwijzingen naar journalisten van het RD weg.

Advertenties
Geen categorie

6 gedachtes over “Christen op Twitter

  1. Inderdaad – maar toen ik dit artikel schreef, kon dat nog wél. Kreeg je alleen een waarschuwing of je het wel echt wilde gezien het slotje van de gebruiker.

  2. Waarom geen tweet thid button? Wil dit duidelijke verhaal graag delen!

    Maar goed verhaal. Social media komen nooit in de plaats van persoonlijk contact. Het is een aanvulling. Voor mij is het de manier om in drukke tijden contact te houden. En voor mijn werk als wielerjournalist is het onmisbaar

    Social media zijn voor een “nieuwe” Christen (sinds 2jaar) een relatief veilige msnier om mijn geloof te uiten. Daar durf ik nog niet zo open over te zijn en via social media is de drempel een stuk minder hoog

Reacties zijn gesloten.