Europa

Mijn column in het RD van 16 oktober.

Winnen ‘we’ eindelijk eens een prijs, is het nog niet goed. De bekendmaking dat de Europese Unie de Nobelprijs voor de Vrede krijgt, leidde tot een storm aan kritiek. Terechte kritiek, omdat de Nobelprijs toch volgens de eigen statuten bedoeld is voor degene die zich in het vóórgaande jaar bijzonder heeft onderscheiden. De EU heeft zich afgelopen jaar toch niet bijzonder verdienstelijk voor de vrede, althans niet positief, als we Syrië en daarvoor Libië in ogenschouw nemen. Bovendien is het zeer de vraag of vrede en veiligheid in Europa nu werkelijk vooral door de EU bevorderd zijn, of toch door de NAVO, of de omwentelingen in voorheen communistische staten?  Maar vooral de timing van de prijs lijkt ongelukkig: het Nobelprijscomité prijst de EU voor de afgelopen zestig jaar, maar twintig jaar geleden was de prijs toch meer gepast geweest dan op dit moment. De EU biedt een weinig vredige aanblik.

Al met al lijkt het een verlegenheidsoplossing, of een zelfs een aanmoedigingsprijs, zoals drie jaar geleden voor president Obama.

Het is allemaal waar. En toch: het is goed dat we er aan herinnerd worden hoe bijzonder de vrede in Europa is.

Een Duitse collega vertelde eens dat hij uit een officiersfamilie komt: zijn vader, grootvader en enkele generaties daarvoor vochten allemaal in een oorlog tegen Frankrijk. Hij niet. Trots zet hij deze traditie niet voort.

De vrede tussen Frankrijk en Duitsland is mede te danken aan Europese integratie. In ieder geval is die integratie er het vehikel van geweest. Bij alle kritiek op de logge, bureaucratische EU, Brusselse regelgeving en de euro, is het goed om de vrede als niet  vanzelfsprekend te waarderen. Dat plaatst zelfs de enorme financiële crisis in een nieuw perspectief.

Onder reformatorische christenen maakt de EU in het algemeen weinig warme gevoelens wakker. Maar de Europese vrede, of die nu aan de EU te danken is of niet, mag dankbaar gemarkeerd worden. Of hebben we zo lang vakantie gehad van de geschiedenis dat we ons enkel naar binnen keren? Er is meer dan de toekomst van de eigen zuil, al dan niet. Calvijn en Bullinger waren minstens zo veel met de Europese perspectieven van de Reformatie bezig als met de lokale situatie in Genève respectievelijk Zürich. Hopelijk hervinden hun nazaten die brede blik op Europa. Is de SGP er misschien al mee begonnen, door liever paaps te zijn dan Turks? Of zouden de mannenbroeders stiekem op een aanmoedigingsprijs uit Oslo hopen?

Advertenties
Geen categorie