Waakhond

Mijn column in het Reformatorisch Dagblad van 15 januari

Afgelopen maand kondigde president Hollande de oprichting aan van een waakhond om het secularisme te promoten en te verdedigen. Hij deed dit bewust op de verjaardag van de wet uit 1905 die de scheiding tussen kerk en staat regelt. De waakhond, het Observatoire National de la Laïcité, moet de seculiere moraal bevorderen, met name op scholen. Het zou er niet om gaan een dogma of doctrine op te dringen, maar juist om de “kunst van het samenleven” te bevorderen. Dat is codetaal voor het nog verder terugdringen van religie achter de voordeur.

Wie rondom de berichtgeving wat verder leest in Franse kranten, komt er al snel achter dat op de achtergrond  verschillende incidenten spelen. Islamitische ouders protesteerden tegen de komst van de Kerstman op school. In een ander geval zorgde voedsel waar mogelijk sporen van varkensvlees in zat, voor beginnende paniek. Het lijkt er op dat de nieuwe waakhond vooral dient om verstandig met islamitische overtuigingen om te gaan en om ontluikend extremisme te kunnen aanpakken.

Dat betekent zeker niet dat een dergelijke waakhond christenen ongemoeid zal laten. In Frankrijk wordt de scheiding tussen kerk en staat immers zo uitgelegd dat religie geen plaats heeft in het publieke domein. Als de overheid vaststelt dat extreme opvattingen worden aangehangen, kan er worden ingegrepen en kunnen religieuze organisaties zelfs worden verboden. Maar wat heet extreem? De enorme paradox van deze scheiding tussen publieke ruimte en geloof is dat de staat moet uitmaken welke religieuze uiting (en zelfs: religieuze overtuiging) toelaatbaar is en welke niet. Exit godsdienstvrijheid.

Laten we niet denken dat dit ver van ons bed is. D66 laat zich graag inspireren door het Franse verstaan van laïcité. Veel Nederlanders zien niet in waarom de vrijheid van godsdienst niet gedekt zou zijn door de vrijheid van meningsuiting. Maar juist aan de Franse situatie kunnen christenen argumenten ontlenen. Kennelijk zijn godsdiensten toch anders dan particuliere meningen. ‘Gewone’ meningen mogen immers geuit worden, maar godsdienstige hoe langer hoe minder. Alle meningen zijn gelijk, maar sommige zijn meer gelijk dan andere. Het is toch evident dat zo’n laïcité geen “neutraliteit” mag heten, maar zelf een dwingende levensovertuiging is – hoe hard D66 dat ook ontkent.

Hoe harder je godsdienst probeert terug te dringen, des te scherper moet je gaan definiëren wat godsdiensten en godsdienstige uitingen zijn, en welke toelaatbaar zijn of niet. Dat kan de staat niet, en dat moet ze ook niet willen. Het wordt tijd voor een nationale waakhond godsdienstvrijheid.

Advertenties
Geen categorie