Vraag promotie Klaassen

Omdat er naar gevraagd werd, publiceer ik hieronder de vraag die ik aan Maarten Klaassen stelde bij de promotie vanmiddag.

Geachte promovendus,

U hebt een studie geschreven over een centraal thema uit de reformatorische theologie bij maar liefst vier reformatorische theologen en Paulus. U hebt daarbij veel secundaire literatuur verwerkt; zo veel werk dwingt respect af. Met het resultaat bent u zeker te feliciteren.

Bij een veelheid aan stemmen is het echter wel zaak dat we scherp in beeld krijgen wat ieder beweert.

Mijn vraag spitst zich toe op het gedeelte over Calvijn en op uw kritiek op wat u het New Perspective on Calvin noemt. U benadrukt op bladzijde 367 onderaan dat nieuw perspectief op Calvijn wel de participatie benadrukt, maar “vaak te weinig oog heeft voor de even fundamentele plaats die deze theologen [ook Calvijn] aan de forensische rechtvaardiging en aan de imputatie toekennen.” Dit is een van de belangrijkste concluderende secties van uw proefschrift. Maar tegen wie richt deze kritiek zich eigenlijk?

Een verwijzing naar Calvijnonderzoek ontbreekt hier helaas, maar op blz. 32–34 beschrijft u het zogenaamde nieuwe perspectief op Calvijn. Daarin zou de theologische prioriteit van de rechtvaardiging ten opzichte van de heiliging heeft, worden ontkend. In wat u vervolgens weergeeft, wordt het belang van de rechtvaardiging echter niet ontkend, maar vooral in een context geplaatst, zie citaat Carpenter p. 32: “As important as justification as imputed righteousness is for him…” Eigenlijk lijkt men niet meer en niet minder te stellen dan dat rechtvaardiging en participatie niet tegen elkaar uitgespeeld mogen worden. Waarin verschilt dat van uw these die u tegen dit nieuwe perspectief in het veld brengt?

Deze vraag klemt temeer omdat áls er zoiets als een nieuw perspectief op Calvijn bestaat, de naam van Todd Billings genoemd moet worden, dé theoloog van participatie bij Calvijn. U haalt hem met instemming aan op p. 221 noot 409 (en passim in uw proefschrift), waar hij volgens mij het nieuwe perspectief goed samenvat: in Calvijns unio-theologie lopen juridische en transformatieve beelden door elkaar en daarom laat Calvijn zich niet reduceren tot forensisch of niet-forensisch. Zo’n reductie tot het niet-forensische lijkt u echter het nieuwe perspectief op Calvijn wel te verwijten, terwijl u de belangrijkste en meest recente stem uit dat kamp, Billings, steeds instemmend citeert.

U benadrukt herhaaldelijk dat we niet het een tegen het ander moeten uitspelen. Maar doet u niet hetzelfde als u zich op 367 distantieert van recent Calvijnonderzoek?

De vraag is dus, tegen wie of welke opvatting u zich eigenlijk richt? Wie beweert er dat forensische rechtvaardiging voor Calvijn niet fundamenteel zou zijn? Toch niet de sterkste vertegenwoordigers van het nieuwe perspectief? Anders gezegd: op welk punt verschilt uw visie van die van Todd Billings?

Advertenties
Geen categorie