Nederland kan wel wat theologie gebruiken

Mijn bijdrage aan het theologenblog vandaag. Omdat je bij ND moet inloggen en RD het theologenblog nog niet online heeft, plaats ik het bij wijze van uitzondering op mijn eigen pagina.

Er moest wat gebeuren rondom theologie en religiewetenschappen: het veld lag er versnipperd, zelfs desolaat bij na allerlei herschikkingen en bezuinigingen. Een zinvolle visitatie blijkt nauwelijks meer mogelijk te zijn. Niet zo vreemd dus dat de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) de commissie-Noort instelde om met een analyse en voorstellen ter verbetering te komen.

Terecht signaleert die commissie dat het merkwaardig is dat veel maatschappelijke vraagstukken aan religie gerelateerd zijn, maar dat het de verschillende instellingen kennelijk maar niet lukt hun stem in het maatschappelijk debat te laten horen. De commissie zoekt de oplossing vooral in meer coördinatie en samenwerking om de versnippering tegen te gaan. Zonder die samenwerking dreigt verdere marginalisering.

Een goede wake up call dus. Bovendien doet de commissie de inhoudelijke suggestie, het onderzoek vooral te richten op vormen van ‘geleefd geloof’. Daarbij moeten we vooral buiten de institutionele (en kerkelijke) kaders denken aan hedendaagse vormen van spiritualiteit.

Maar blijft er dan nog wel ruimte voor denken vanuit openbaring? Als het onderzoek draait om de beschrijving van vormen van spiritualiteit, gaat het over mensen, maar niet per se over God. Nu moeten we niet doen alsof dat nieuw is. De klassieke opleiding, met een algemeen deel en een kerkelijk deel, werkte eigenlijk ook al met een buitenperspectief enerzijds en een binnenperspectief anderzijds. De commissie doorbreekt dit denken, gelukkig. Maar de ​spanning komt in andere gedaante terug in de relatie religiewetenschap en theologie.

Het verschil tussen theologie en religiewetenschap lijkt voor de buitenstaander misschien klein, maar het is fundamenteel: gaat het per definitie om God (theologie), of mag het over alle verschijningsvormen van religie gaan maar per definitie niet over God (religiewetenschap).

Persoonlijk vind ik religie en spiritualiteit maar matig interessant: mensen geloven zo veel. Maar bij de vraag naar God staat opeens alles op scherp: wie ik ben, wat de wereld is, wat van waarde is en welke toekomst ons wacht. Als God bestaat, moet het ook over Hem gaan. Prima dat er ook studie naar spiritualiteit gedaan wordt, maar ik zou geen moment overwegen om het mijn studie te maken.

Daarin ben ik niet alleen. Juist confessionele, klassieke theologie-opleidingen houden hun studentenaantallen nog enigszins op peil, terwijl die aantallen elders stevig dalen. Kennelijk willen studenten het over God hebben. En gelijk hebben ze.

In dat licht was het dan ook jammer dat de KNAW geen vertegenwoordiger van een confessionele instelling in de commissie benoemde. Wel worden er aanbevelingen gedaan voor confessionele instellingen, zoals de TU Apeldoorn en TU Kampen. Ze moeten hun samenwerking intensiveren – dat gebeurt al, dus de commissie wordt direct bediend. Daarnaast moet er aangehaakt worden bij grotere verbanden en universiteiten om de aansluiting niet te missen. Ook die overweging wordt vaker gehoord.

Maar welke vorm krijgen dat soort verbanden? Nog altijd dreigt het gevaar dat er in de marge nog wat aan theologie gedaan mag worden, waarna er een grote accolade omheen wordt geslagen van een religiewetenschappelijk verhaal. Minder over God zelf spreken lijkt eerder een oorzaak van de huidige crisis in de theologie dan een oplossing voor die crisis. Nederland kan wel wat theologie gebruiken.

Advertenties