Mintijteer

Afgelopen weekend las ik Mintijteer van Esther Maria Magnis. Van verschillende kanten had ik er enthousiaste verhalen over gehoord. Dat enthousiasme deel ik niet en ik heb me zitten afvragen waarom. Het is een boek waarin met God wordt geworsteld, waar grote vragen van waarheid en dood aan de orde komen, waarin het verdriet om geliefden een stem krijgt. En toch.

  • Het ligt er te dik bovenop. In de taal worden alle emoties extra hard aangezet. Angst is bijvoorbeeld direct ‘razende angst’. En dat is zó expliciet, dat het net niet raakt, maar afketst.
  • Het is te clichématig. Natuurlijk is het waar dat er het Duitse protestantisme wel veel over ‘lief zijn voor elkaar’ is gepreekt, maar in dit boek lijkt Esther de enige te zijn die werkelijk vragen onder ogen ziet. De kerk is een cliché. Die vragen zijn dat trouwens ook. Het gaat over ‘waarheid’, maar die blijft toch nog abstract.
  • De compositie werkt niet. De rol van de clown, van de oma (die uiteindelijk de mierzoete titel van het boek aanreikt): het komt allemaal niet bij elkaar.

Mijn boek is het dus niet.

Grappig genoeg las ik vanochtend twee recensies die precies bij deze blogpost passen. Wolter Huttinga is in Trouw enthousiast, al spreekt hij ook wel over een ‘schreeuwend taalregister’. Maar Tjerk de Reus slaat volgens mij in De Nieuwe Koers de spijker op de kop: ‘Mintijteer laat te weinig ruimte aan de lezer’.

Advertenties