Talk to God

Mijn column in De Waarheidsvriend van 7 september

Mensen die zich afvragen waarom wielrennen een mooie sport zou zijn, moeten eigenlijk naar Toscane. Je beleeft het paradijselijke landschap veel intenser als je bergop zwoegend de geuren opsnuift, het uitzicht over de bergen langzaam ziet verschuiven en niet alleen – als in de auto – dat pittoreske dorpje voorbij ziet flitsen, maar ook de kerkklok hoort slaan. De combinatie van lichamelijke inspanning, het geluid van de draaiende ketting en het uitzicht geeft een gevoel dat moeilijk onder woorden is te brengen.

Helaas waren de laatste paar kilometers van de weg naar Pruno, waar mijn gezin en ik vakantie hielden, belachelijk steil. Toch maar geprobeerd. Conclusie: het kan, maar het is loodzwaar als je een matige conditie hebt. Denk aan stapvoets fietsen, waarbij de uitdaging niet is om snelheid te maken, maar om de verleiding te weerstaan om af te stappen en te gaan lopen.

Tijdens mijn laatste fietstochtje in Toscane raakte ik in gesprek met Andrea, een Italiaan die ook met dertien kilometer per uur tegen de berg op fietste. Hij had nog allemaal tips, de prachtigste plekjes om fietsend te bezoeken, maar helaas: een afscheidsrondje doe je nu eenmaal aan het eind. Toen Andrea hoorde waar ik verbleef, begon hij direct over de zwaarte van de laatste drie kilometer naar Pruno. Hij vatte die kilometers samen als: “There you can talk to God.” En zo is het. Fietsen gaat namelijk over confrontatie met je grenzen, lijden en uitzien naar het punt waar je naar toe hoopt te gaan. En bergaf gaat het over de balans tussen durf en voorzichtigheid. Als calvinist en vader van vier kinderen neig ik naar het laatste, trouwens. Hoe dan ook word je op de fiets met jezelf geconfronteerd, lichaam, geest en ziel. En, op de weg naar Pruno, dus ook met God. Al is het wel te hopen dat God niet alleen nodig is als we de berg nauwelijks op kunnen komen, maar ook als we na de vakantie weer in volle vaart door het leven zoeven.

Advertenties